Vuur
Vuur is het zichtbare (licht) en voelbare (warmte) verschijnsel dat optreedt als een brandbare stof een oxidatiereactie ondergaat bij hoge temperatuur. Door de warmte-ontwikkeling ontstaat een verticale luchtstroom, en door opwarming van naburige materie komen brandbare gassen vrij, waarmee het proces zichzelf in stand houdt. Bij ongecontroleerde uitbreiding spreekt men van een brand; de kleinste eenheid van een vuur noemt men een vlam.
Geschiedenis
De mens heeft het vuur niet uitgevonden, hij heeft het alleen zelf leren maken en gebruiken. Vuur komt ook in de natuur voor, onder meer als gevolg van blikseminslagen en vulkaanuitbarstingen.
In oude beschavingen was vuur een kostbaar goed voor koken, licht, verwarming, ontginning van bos voor landbouwgrond en materiaalbewerking zoals smeden. Het werd met moeite verkregen en onderhouden. Daarom was het heilig en met rituelen omgeven (zie Goudsblom: Vuur en beschaving en Fraser: The golden bough voor een klassiek overzicht). Oorspronkelijk moest het waarschijnlijk uit de natuur gehaald worden bij een bosbrand of blikseminslag. Daarom werd het bewaard in een vuurhuis - ieder dorp of stad had er een. In Griekse steden had men een prytaneion met een eeuwige vlam, later door zijn belangrijke funktie de zetel van het plaatselijk bestuur. In Rome bewaakten de Vestaalse maagden een eeuwig vuur. De kaarsen en lampen in de katholieke kerk zijn een moderne afgeleide, net als de vlam bij gedenktekens van gesneuvelden in oorlogen.
| Bronnen: |
Licentie: |
|