Brandkraan

Deze beschrijving dient ingekort te worden tot maximaal 400 woorden en deels herschreven te worden om aan de Richtlijnen van het brandpreventiewoordenboek te voldoen.

Bovengrondse brandkraan in Delft
Bovengrondse brandkraan in Delft

Een brandkraan (ook wel hydrant genoemd) is een aftappunt bedoeld voor de brandweer. Voordat de eigen watervoorraad op is, kan men op een brandkraan aansluiten (afleggen in brandweertermen). Een of meerdere brandslangen worden op een brandkraan aangesloten en voeden de tankautospuit of (via een ander soort pomp) een hoogwerker.

Uitvoeringen

Bij een ondergrondse brandkraan wordt eerst een opzetstuk op de brandkraan aangesloten. Dat gebeurt door middel van een wartel die in een bajonetkoppeling gedraaid wordt en zichzelf vast trekt.

Bij een bovengrondse brandkraan is in feite het opzetstuk onderdeel van de constructie. Op het opzetstuk of de bovengrondse brandkraan kunnen meestal twee brandslangen met een Storz-koppeling worden aangesloten. In de industrie gebruikt men ook vaak een brandkraan met een speciale "elbow" (lett. elleboog) voor het aansluiten van een waterkanon. Bij een opzetstuk zijn de uitgangen bijna altijd voorzien van individuele afsluiters, bij ondergrondse kranen is in veel gevallen de hoofdafsluiter de enige afsluiter.

Bij beide varianten kan de watervoorziening met een sleutel geopend worden, de hoofdafsluiter is ondergronds geplaatst om bevriezing te voorkomen. Doorgaans is de brandkraan voorzien van een terugslagventiel om te voorkomen dat (verontreinigd) water terug in het leidingstelsel kan stromen. Bij een ondergrondse brandkraan wordt de aansluiting op de bajonetkoppeling afgesloten met een slibdekseltje om vervuiling te voorkomen. Bij het plaatsen van het opzetstuk is het van belang dat de koppeling goed vast gedraaid wordt, door de werking van de koppeling is het mogelijk dat het opzetstuk meters hoog gelanceerd wordt indien de koppeling niet goed vast gedraaid is.

Ondergrondse Brandkraan met opzetstuk, sleutel en een aangesloten brandslang.
Ondergrondse Brandkraan met opzetstuk, sleutel en een aangesloten brandslang.

Locatiebordjes

In Nederland bevinden veel brandkranen zich ondergronds. Dit wordt gedaan om bevriezing of aantasting te voorkomen of om geen obstakel in de openbare ruimte te vormen. Om deze snel te kunnen vinden onder bijvoorbeeld een laag zand of sneeuw, hangen aan muren en lantaarnpalen bordjes die de afstand in meters aangeven ten opzichte van de dichtstbijzijnde brandkraan. De rode bordjes (met aanduiding B of BK) verwijzen naar brandkranen; de blauwe bordjes (met aanduiding A, AS of DL) naar afsluiters van de waterleiding. Deze locatiebordjes heten formeel aanwijsplaten en dienen te voldoen aan bepaalde eisen die zijn vastgelegd in NEN 1184.

Bronnen:

Licentie: