Brandpreventieforum Forums Bouw vluchten vanuit woning BB 2012

9 berichten aan het bekijken - 1 tot 9 (van in totaal 9)
  • Auteur
    Berichten
  • johan
    Bijdrager
    Post count: 621
    #2709 |

    Ik loop tegen de volgende vraag / opmerking aan

    Er zijn er op basis van art. 2.104 van het BB enkele mogelijkheden / uitzonderingen gegeven waarbij men bij het vluchten vanuit een woning maar de beschikking heeft over 1 (ebvr) vluchtroute.
    Het gaat me hier BB art. 2.104 lid 2. In het vorige BB was een doodlopend eindje enkel toegestaan als de deuren van een woning tegenover elkaar lagen. Het was formeel dus niet toegestaan om deuren in deze situatie naast elkaar te projecteren (BB 2003 art. 2.157 lid 4)
    Als ik nu art 2.104 lid 2 van het BB 2012 lees mogen deuren van 2 woningen wel naast elkaar zijn gelegen omdat er enkel gesproken wordt over een vluchtroute welke langs een constructieonderdeel van een andere woonfunctie voert. Als de deuren naast elkaar liggen loop ik bij het vluchten niet langs de naastgelegen deur.
    Interpreteer ik dit goed ?

    louis van wijk
    Moderator
    Post count: 825

    Volgens mij staat er dit in lid 2:

    2. De in het eerste lid bedoelde vluchtroute voert niet langs een beweegbaar constructieonderdeel van een andere woonfunctie dan de woonfunctie waarin de vluchtroute begint. Dit geldt niet bij de toegang van een woonfunctie die recht tegenover de toegang ligt van de woonfunctie waarin de vluchtroute begint.

    En dan vanuit de toelichting:
    Het tweede lid beperkt bij een woning die slechts via een enkele route kan worden ontvlucht, het risico dat die vluchtroute onbruikbaar wordt doordat een deur of raam open blijft staan. Omdat voordeuren van woningen niet zelfsluitend hoeven te zijn, bestaat de kans dat een vluchtend persoon de voordeur van een brandend appartement laat openstaan, met als mogelijk gevolg dat de vluchtroute voor andere personen geblokkeerd raakt door rook of vuur. Corridor- of galerijwoningen met één vluchtroute/trappenhuis zijn daarom alleen mogelijk indien de vluchtroute niet langs een voordeur of te openen raam van een ander appartement voert. De tweede zin geeft aan dat er een uitzondering geldt voor twee tegenover elkaar liggende deuren aan het begin van een extra beschermde vluchtroute.

    ab
    Bijdrager
    Post count: 205

    Bb. 2003 en Bb. 2012 verschillen inhoudelijk niets ten aanzien van het onderwerp.

    Je interpreteert het art. niet goed. Lid 2 zegt -NIET- uitgezonderd/mits een deur van een woonfunctie, en indien recht tegenover gelegen, en niet in trappenhuis gelegen (lid 3).

    Er ligt een horizontale beperking zoals Louis omschrijft in art. 2.104, lid 2 en 3.
    In art. 2.104, lid 4, wordt de verticale ontvluchting beperkt. De deuren zouden dus naast elkaar kunnen/mogen liggen mits er sprake is van de zogenaamde portieksituatie (trappenhuis).

    Een zwaktepunt in het Bb. is dat het begrip trappenhuis niet volledig is gedefinieerd. Dus waar houdt het trappenhuis op en is er sprake van een horizontale verkeersruimte. Vorenstaande is dus een stukje beeldvorming wat rest, maar over het algemeen heeft iedereen wel hetzelfde beeld bij een trappenhuis (denk ik).

    Ik heb hierover al menig discussie gevoerd en heb dan ook genoeg schriftelijke onderbouwing mocht je daar belang bij hebben.

    Dus kortom:
    – een horizontale gang die, al dan niet bouwkundig (niet brandwerend) gescheiden, aansluit op een trappenhuis kan niet als trappenhuis worden beschouwd; de horizontale beperking van lid 2 en 3 zijn dan van toepassing.

    – de deuren zouden best naast elkaar kunnen liggen indien er qua beeldvorming nog steeds sprake is van de zogenaamde portieksituatie. In mijn beleving liggen de deuren dan naast elkaar, al dan niet binnen een korte afstand grenzend aan enkel en alleen een bordes die d.m.v. een trap en/of hellingbaan ontsloten wordt. Uiteraard dient men hier dan wel aan de overige randvoorwaarden van lid 4a en 4b te voldoen.

    johan
    Bijdrager
    Post count: 621

    Dank je voor jullie reacties ! Ik ben er van overtuigd dat men hetzelfde bedoeld als in het BB 2003 maar toch wordt het in het BB 2012 fundamenteel anders omschreven dan in het BB 2003 waardoor het toch vraagtekens oproept.

    Het voorbeeld anders omschreven,
    Vanuit de toegang van twee naast elkaar gelegen woningen beschik ik over een klein doodlopend eindje waaraan enkel deze 2 woningen zijne gelegen. De deuren van deze 2 woningen liggen naast elkaar. Aansluitend daarop heb ik meteen de beschikking over 2 vluchtroutes.

    nogmaals de toets toets :

    -ik voldoe aan lid 2.104 lid 1 mits de vluchtroute vanaf de woning is uitgevoerd als ebvr
    -ik voldoe aan 2.104 lid 2 want mijn vluchtroutes voeren niet langs een beweegbaarconstructieonderdeel van een andere woning
    -ik voldoe aan 2.104 lid 3 want de vluchtroute voert niet door een trappenhuis

    ab
    Bijdrager
    Post count: 205

    V.w.b. de toets ben ik het niet met je eens. Zoals jij het beschrijft is er sprake van een horizontale ontsluiting die volgens het bouwbesluit alleen kan worden toegestaan indien de deuren recht tegenover elkaar gelegen zijn (art. 2.104, lid 2).

    Een doodlopend-eind met twee woningen kan alleen die twee woningen bevatten indien de toegangsdeuren van de beide woningen recht tegenover elkaar gelegen zijn en zich in dat doodlopend-eind geen verdere te openen/beweegbare constructieonderdelen aanwezig zijn. Wordt aan vorenstaande niet voldaan dan mag er volgens het artikel slechts één woning aan het doodlopend-eind gesitueerd zijn.

    Ik weet niet hoe diep het doodlopend-eind is maar je kunt je afvragen wat het verschil is ten opzichte van de uitzondering. De beperking in het Bb. wil het risico uitsluiten dat in een doodlopend-eind de vluchtroute geblokkeerd raakt. Een uitzondering geldt voor slechts één woning. In jouw situatie is er nog steeds sprake van 1 woning die de vluchtroute kan blokkeren. Dus vind je jouw situatie gelijkwaardig c.q. hetzelfde qua risicosetteing?

    Waarom de deuren persé tegenover elkaar moeten liggen weet ik niet en daarover wordt in de toelichting ook niets over gezegd. Ik kan er wel iets bij verzinnen maar of dat dan een juiste redenatie is valt te betwijfelen!

    Een legitieme gelijkwaardigheidsvraag zou zijn om de voorste woning van een gestuurde vrijloopdranger te voorzien.

    ab
    Bijdrager
    Post count: 205

    Oh, ja, in de oude SBR boeken ontwerpen en toetsen staan bovenstaande ontsluitingstypen in woord en beeld beschreven c.q. uitgebeeld!

    johan
    Bijdrager
    Post count: 621

    V.w.b. de toets ben ik het niet met je eens. Zoals jij het beschrijft is er sprake van een horizontale ontsluiting die volgens het bouwbesluit alleen kan worden toegestaan indien de deuren recht tegenover elkaar gelegen zijn (art. 2.104, lid 2).
    Klopt, het is een horizontale ontsluiting. Verder wordt in art. 104 lid 2 gesteld dat er een uitzondering mogelijk is op "het langs een beweegbaar constructieonderdeel (deuren)van een andere woonfunctie af vluchten". Deze uitzondering is enkel toegestaan mits de deuren tegenover elkaar liggen. Mijn punt is nu juist dat dit in de door mij geschetste situatie deze situatie helemaal niet relevant is want wanneer de deuren van deze beide woningen naast elkaar liggen vlucht ik namelijk niet langs een ander beweegbaar constructieonderdeel.

    Een doodlopend-eind met twee woningen kan alleen die twee woningen bevatten indien de toegangsdeuren van de beide woningen recht tegenover elkaar gelegen zijn en zich in dat doodlopend-eind geen verdere te openen/beweegbare constructieonderdelen aanwezig zijn. Wordt aan vorenstaande niet voldaan dan mag er volgens het artikel slechts één woning aan het doodlopend-eind gesitueerd zijn.
    Dat staat er volgens mij toch echt niet hoor. Dit was vanuit het BB 2003 altijd zo maar dit staat zo niet meer in het BB 2012.
    Er wordt welliswaar een uitzondering gemaakt op het vluchten langs een beweegbaar contstructieonderdeel (deur) van een woning en dat is wanneer deze tegenover elkaar liggen. Maar als de deuren naast elkaar liggen vlucht ik niet langs een andere deur dus is de uitzondering ook niet van toepassing.

    Ik weet niet hoe diep het doodlopend-eind is maar je kunt je afvragen wat het verschil is ten opzichte van de uitzondering. De beperking in het Bb. wil het risico uitsluiten dat in een doodlopend-eind de vluchtroute geblokkeerd raakt. Een uitzondering geldt voor slechts één woning. In jouw situatie is er nog steeds sprake van 1 woning die de vluchtroute kan blokkeren. Dus vind je jouw situatie gelijkwaardig c.q. hetzelfde qua risicosetteing?
    De reden waarom de deuren niet naast elkaar "mochten" liggen is omdat je bij het vluchten de kans had om langer blootgesteld te worden aan warmtestraling. Maar het gaat me nu enkel even de uitleg om het artikel.

    Waarom de deuren persé tegenover elkaar moeten liggen weet ik niet en daarover wordt in de toelichting ook niets over gezegd. Ik kan er wel iets bij verzinnen maar of dat dan een juiste redenatie is valt te betwijfelen!
    De achterliggende gedachte is hierbij dat je bij naast elkaar gelegen deuren bij het vluchten uit een woning de kans loopt langer blootgesteld te worden aan de straling. Uitgaande van het feit dat een deur van een woning waarin brand is ontstaan open blijft staan na het vluchten.

    Een legitieme gelijkwaardigheidsvraag zou zijn om de voorste woning van een gestuurde vrijloopdranger te voorzien.

    johan
    Bijdrager
    Post count: 621

    Oh, ja, in de oude SBR boeken ontwerpen en toetsen staan bovenstaande ontsluitingstypen in woord en beeld beschreven c.q. uitgebeeld!

    De oude situatie ken ik wel ;)

    ab
    Bijdrager
    Post count: 205

    Johan,

    Koekoek! Nou snap ik het. Een spraakverwarring en een andere beeldvorming. Bij naast elkaar liggen las ik/dacht ik dat de deuren in het verlengde van elkaar liggen. Maar jij bedoeld dat als je er voor staat dat ze naast elkaar liggen.

    In dat geval heb je v.w.b. de tekstuele verwoording gelijk. Alleen zou ik er zelf niet in mee gaan, zeer zeker in relatie tot de achterliggende gedachte. Want vanuit die gedachte redenerend krijg je bij een uitslaande brand uit een woning een vlamtong in je hele doodlopend eind wat dus eigenlijk van alle varianten in mijn optiek dan het meest onveilig is.

    Je zult volgens mij dus zelf moeten overwegen of de diepte van het doodlopend eind in verhouding staat tot de vlam/stralings-contactmomenten zoals dat in het artikel wel is toegestaan. Ik zou nog steeds voor de gestuurde vrijloopdrangers gaan en in dit geval dus op beide voordeuren.

    De achterliggende gedacht zoals jij die beschrijft had ik ook wel tussen de oren, maar ik zie zelf het verschil niet zo als er sprake is van een uitslaande brand vanuit een deur die recht tegenover je eigen uitgang ligt dan wel ernaast. In het ene geval krijg je de vlammen (straling) recht in het gezicht als je je eigen voordeur open doet en in het andere geval zou je nog wat snelheid kunnen maken en door de vlammen heen rennen. Uiteraad heb je natuurlijk geleiding van rookgassen en het vlamfront langs plafond en wanden (afhankelijk van de breedte van de gang) waarvan je kunt veronderstellen dat die aan het eind van een gang minder lengte. Maar de deuren hoeven niet aan het eind van het dood-lopend eind te liggen. Men zal hier wel voor gekozen hebben om e.e.a. eenduidig te krijgen, maar zoals ik al zei, dat weet ik niet exact.

9 berichten aan het bekijken - 1 tot 9 (van in totaal 9)

Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.