Brandpreventieforum Forums Bouw Vluchten door rookcompartiment woningen

8 berichten aan het bekijken - 1 tot 8 (van in totaal 8)
  • Auteur
    Berichten
  • jeffry van der pluijm
    Bijdrager
    Post count: 1
    #1484 |

    Hallo,

    Ik heb een gebouw waarvan de BG winkelfunctie heeft, VD1 kantoorfunctie en VD2 en VD3 is woonfunctie. De winkel heeft zijn vluchtroute aan de gevel, dus dat is geen probleem. De woningen en het kantoor zijn zijn echter aangesloten op hetzelfde trappenhuis.

    Om voor de woningen geen 2 vluchtroutes te hoeven maken (art.2.156), heb ik het trappenhuis in het rookcompartiment van de woningen gelegd, zodat de toegang van dit RC aan een veilige plaats grenst. Mijn vraag is dan of het kantoor dit trappenhuis ook mag gebruiken als vluchtroute? Dus vluchten door het RC van de woningen…? (opp.kantoor<187.5m2-dus maar 1 vluchtroute nodig).

    Iemand een idee + uitleg/achtergrond?

    Alvast bedankt!!
    Jeffry van der Pluijm

    johan
    Bijdrager
    Post count: 621

    leuke casus, maaruh, ik doe een poging !

    Het BB hinkt hier een beetje op twee benen. Een woongebouw moet op basis van art 2.105 worden ingedeeld in brandcompartimenten, verder moet op basis van art 2.135 (1) een brandcompartiment worden ingedeeld in een of meer rookcompartimenten maar daaropvolgend wordt art 2.136 niet aangestuurd voor woonfuncties waardoor er geen prestatie eisen zijn gegeven voor het rookcompartiment. Vervolgens moeten we conform het BB wel toetsen aan art 2.156 en lijk je dus snel klaar te zijn als je zoals je in dit geval voorstelt gebruikt maakt van de regel BC=RC. Hierbij is de toegang van het woongebouw ook meteen te toegang van het RC en lijkt het er op dat je voldoet aan de voorwaarden.

    Vervolgens komt ook nog art 2.157 waaraan je moet voldoen. Dan lopen we tegen het volgende aan; voor subbrandcompartimenten (woonfuncties) wordt 2.136 lid 1 niet aangestuurd waardoor in beginsel de woonfunctie geen RC is. Maar als we beginnen met het toepassen van art 1.257 dan moeten we er als toetser wel vanuit gaan dat bij de deur van een woonfunctie tenminste 1 rookvrije vluchtroute begint.

    Verder is je kantoor op de 1e verdieping conform art 2.105 (2) een apart BC wat daardoor al met een wbdbo van 60 minuten is gescheiden van het trappenhuis.

    Omdat er in de zin van het BB (art 2.157) vanuit wordt gegaan dat het trappenhuis al een rookrije vluchtroute is door de toepassing van subbrandcompartimenten (woningen) zou ik met betrekking tot de ontvluchting van het kantoor dit trappenhuis ook als rookvrije vluchtroute moeten beschouwen.
    Als ik deze filosofie volg moet ik echter voor het kantoor op de verdieping wel voldoen aan 2.156 lid 5 en mag er dus afhankelijk van de bezettingsgraad inderdaad maar maximaal 187.5m2 meter zijn aangewezen op het trappenhuis en daaraan kun je waarschijnlijk niet voldoen.

    Joachim BolteJoachim Bolte
    Moderator
    Post count: 2274

    @ vraagsteller: waarom breng je art. 2.156 van toepassing op de woningen, wanneer je niet vlucht uit een RC maar uit een sub-bc?

    Ik denk daarnaast niet dat je de termen RC en sub-BC zomaar door elkaar mag gebruiken. Er is niet voor niets voor gekozen om bij woningen het Sub-BC NIET gelijk te stellen met een RC, en er een aparte set eisen voor te geven… Al is het maar om de mogelijkheid tot galerij- en portieksituaties open te stellen…

    Wanneer ik dan in 2.117 lees dat er in een sub-BC alleen maar niet-gemeenschappelijke voorzieningen van de desbetreffende woonfunctie mogen liggen, en daarna in 2.157 lees dat je vanuit dat sub-BC rechtstreeks op een RVVR uit moet komen, denk ik niet dat de oplossing die jullie hebben gezocht aan het bouwbesluit voldoet.

    Wat is het probleem om in deze situatie een ‘standaard’ portiek te maken waarop ook de kantoren en evt. winkels uitkomen?

    johan
    Bijdrager
    Post count: 621

    @

    Wat is het probleem om in deze situatie een ‘standaard’ portiek te maken waarop ook de kantoren en evt. winkels uitkomen?

    Het probleem is dat je mijnsinziens in conflict komt met het BB.
    Je kan mbt de ontvluchting van het kantoorgedeelte niet voldoen aan 2.156 lid 5 omdat de opp van het woongebouw ook moet worden meegenomen in het sommetje om niet boven de 187.5 m2 uit te komen. Het woongebouw is hoe je het ook bekijkt ook een RC namelijk.

    Verder wordt er met 2.157 lid 5 beoogd om het gevaar dat een portiek bij brand wordt geblokkeerd te beperkerken. Dit wordt gedaan door beperkingen te stellen aan de aantallen woningen en/of de oppervlakte van woningen wat afhankelijk is van het betreffende portiek.
    Hier wordt echter niet formeel gesteld dat er geen andere functies in verbinding mogen staan met de portiek. Enkel in de toelichting van dit artikel wordt aangegeven dat het hier gaat om een doodlopend eind in een appartementengebouw.

    Joachim BolteJoachim Bolte
    Moderator
    Post count: 2274

    @

    Wat is het probleem om in deze situatie een ‘standaard’ portiek te maken waarop ook de kantoren en evt. winkels uitkomen?

    Het probleem is dat je mijnsinziens in conflict komt met het BB.
    Je kan mbt de ontvluchting van het kantoorgedeelte niet voldoen aan 2.156 lid 5 omdat de opp van het woongebouw ook moet worden meegenomen in het sommetje om niet boven de 187.5 m2 uit te komen. Het woongebouw is hoe je het ook bekijkt ook een RC namelijk.

    Ik durf dat te betwijfelen, dat je de woningen mee moet nemen. Je hebt het over ‘samenvallende vluchtroutes’, en dat bekijk je op RC-niveau per vluchtroute (er staat ook ‘…welke aangewezen zijn op deze (samenvallende) gedeelten). Je hoeft daarbij geen rekening te houden met andere RC’s waarvan de vluchtroutes toevallig overlappen met dat ‘samenvallende gedeelte’. Anders had er wel gestaan dat er niet meer dan een bepaalde oppervlakte op een RVVR zou mogen zijn aangewezen.

    Maar laten we stellen dat je gelijk hebt, ik mag toch wel aannemen dat die kantoren WEL meerdere RVVR per RC hebben, of dat er mogelijkheid is dat te realiseren? Dan krijg je niet te maken met art. 2.156 lid 5? (Daaruit zou eigenlijk ook al moeten blijken dat je het per RC bekijkt, en niet per trappenhuis.)

    Verder wordt er met 2.157 lid 5 beoogd om het gevaar dat een portiek bij brand wordt geblokkeerd te beperkerken. Dit wordt gedaan door beperkingen te stellen aan de aantallen woningen en/of de oppervlakte van woningen wat afhankelijk is van het betreffende portiek.
    Hier wordt echter niet formeel gesteld dat er geen andere functies in verbinding mogen staan met de portiek. Enkel in de toelichting van dit artikel wordt aangegeven dat het hier gaat om een doodlopend eind in een appartementengebouw.

    Enige waar je dan nog mee rekening moet houden is de opvang- en doorstroom. Wanneer dat voldoende is lijkt het mij geen probleem.

    johan
    Bijdrager
    Post count: 621

    Ik vind het BB niet echt duidelijk mbt woningen en woongebouwen in dit opzicht. Met name de indeling in rookcompartimenten is soms lastig in te vullen. Ik heb echter de indruk dat het niet de bedoeling is om toe te staan dat er bij de toepassing van een portiekflatsituatie (2.157 lid 5) ook nog andere functies afhankelijk zijn van het trappenhuis. Ik denk dat hierdoor de kans op het door brand onbruikbaar worden van het trappenhuis (portiek) te groot wordt. De NEN 6082 was daar voorheen wat duidelijker over maar je….dat was vroeger ;)

    jan hus
    Bijdrager
    Post count: 534

    Ik denk dat hierdoor de kans op het door brand onbruikbaar worden van het trappenhuis (portiek) te groot wordt.

    Dat denk ik ook, ik zou het in ieder geval daarom nooit in mijn advies zetten. Joachim, het verbaasd me ook wel een beetje dat jij vind dat dat wel kan – ook al verbiedt het BB het niet expliciet. Ik vraag me af of de wetgever heeft bedoeld om toe te staan dat er ander gebruiksfunctie op een portieketage worden aangewezen. Dat kan leiden tot hele merkwaardige situaties: er is bijvoorbeeld 800 m2 aan woonfunctie op het trappenhuis aangewezen, en 10.000 m2 aan kantoorfunctie. Ik zou er niet graag wonen…

    palmpie
    Bijdrager
    Post count: 1222

    Artikel 2.105 lid 2:

    Daarna artikel 2.135 lid 1:

    Omdat de woonfunctie in een BC en daardoor in een RC moet liggen is eerste instantie artikel 2.156 van toepassing en niet 2.157 die gaat over het vluchten uit subBC’s. Door de BC van de woonfunctie nu te leggen over het trappenhuis moeten de toegang van de kantoorfunctie zelfsluitend worden uitgevoerd. Zodra de zelfsluitendheid van de toegangsdeur van het kantoor ‘onklaar’ wordt gemaakt is er een probleem voor de vluchtveiligheid van de woningen. Het lijkt mij dus niet de meest gewenste oplossing gezien het gebruik van de deur (in- uitloop van klanten en/of personeel?).

    Daarnaast wordt voor de kantoorfunctie ook artikel 2.158 van toepassing. Dit leid er m.i. toe dat ook de toegangsdeur van de woningen zelfsluitend uitgevoerd moet worden met en het gehele trappenhuis 60 WBDBO moet worden.

    Daarnaast is er nog een artikel 2.211… :wink: De twee woonverdiepingen vormen samen een woongebouw. Dit houd volgens mij in dat klanten (en werknemers) van het kantoor niet zo door mogen lopen naar de toegang van de woningen. Dus nog een extra deur op de scheiding in het trappenhuis tussen de kantoor verdieping en de woonverdiepingen?? Misschien zijn er in de andere hoofdstukken van het BB nog wel meer eisen te vinden die speciaal gelden voor woongebouwen.

8 berichten aan het bekijken - 1 tot 8 (van in totaal 8)

Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.