2 berichten aan het bekijken - 1 tot 2 (van in totaal 2)
  • Auteur
    Berichten
  • jan van wijgaarden
    Participant
    Post count: 4
    #2567 |

    Stel een ruimte met de afmeting 10,5 x 12,7 meter dient voorzien te worden van thermische melders, de ruimte is 3 m hoog.

    10,5×12,7=133,35m2, conform tabel 5 uit de NEN2535, A=20m2 en D=3,6. 133,35/20=6,67 => 7 melders noodzakelijk. Echter als ik het teken kan de ruimte dekkend worden gemaakt met 6 melders.

    Ik heb de ruimte verdeeld in 6 vakken met de melder in het midden van het vak.
    vak A 5,25 x 3,89
    vak B 5,25 x 4,93
    vak C 5,25 x 3,89
    vak D 5,25 x 3,89
    vak E 5,25 x 4,93
    vak F 5,25 x 3,89

    Maximale waarde D-maat conform tabel 5 van het grootste vak van 5,25 x 4,93 voldoet nog, namelijk ½ √5,25² x 4,93²=3,6m

    Kan iemand mij uitleggen waarin dit verschil zit of wat ik fout doe.

    Mvg
    Jan

    rob van der fluit
    Participant
    Post count: 16

    De vakken zijn allemaal groter dan 20 m2, dus je voldoet niet aan A. Als je ook de oppervlakte aan de hand van de D-maat zou bekijken, zou je theoretisch ook een grotere A mogen hebben, namelijk A=(pi * r)2. Dus dat is (3.14 * 1.8 )2 = 31.978m2. Je zal dus toch ergens de 7e melder er tussen moeten stoppen. bijvoorbeeld in het midden. Ondanks dat je dus aan de D-maat voldoet. Zo zit de norm nu eenmaal in elkaar.

    Groetjes Rob

2 berichten aan het bekijken - 1 tot 2 (van in totaal 2)

Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.