Brandpreventieforum Forums Brandmeldinstallatie en Ontruimingsinstallatie Projectie rookmelders bij kleefmagneten

7 berichten aan het bekijken - 1 tot 7 (van in totaal 7)
  • Auteur
    Berichten
  • pdandré
    Bijdrager
    Post count: 46
    #1129 |

    Ik ben vandaag bezig geweest met een project waar kleefmagneten worden aangebracht op deuren in rookscheidingen.
    Het pand is verders voorzien van brandmeldinstallatie voorzien van volledige bewaking + doormelding.

    Nu was er een discussie of de rookmelders nabij de deuren volgens bijlage C van de NEN2535:1996 moesten worden geprojecteerd.
    M.a.w. moet ik dan met projecteren starten max. 2,5 meter vanaf de deur en dan verder,
    Of mag ik de projectie "gewoon" volgens de NEN2535:1996 uitvoeren? (in gangen smaller dan 3 meter zit ik dan misschien wel op ruim 7 meter van de deur.)

    Ik heb bijlage C aandachtig doorgelezen, maar volgens mij heeft deze uitsluitend betrekking op seperate deurvastzetinrichtingen.

    Kan iemand dit voor mij ophelderen, liefst met evt. verwijzing naar normed e.d.

    Alvast bedankt.

    palmpie
    Bijdrager
    Post count: 1222

    Bij volledige bewaking hoef je niet binnen 2,5 m van de deur een rookmelder te projecteren. Heb even geen tijd om het uit te zoeken waar het staat. Alleen is het wel logisch want met een volledige bewaking detecteer je ook de kamers dus er is geen risico dat je een ‘onopgemerkte’ brand hebt.

    johan
    Bijdrager
    Post count: 621

    Klopt, blz 107 brochure NVBR Brandbeveiligingsinstallaties

    kruislijst
    Bijdrager
    Post count: 1128

    Bijlage C (informatief) (toch iets beter lezen!)
    Schakelingen met zelfstandige automatische rookdetectie (zoals deur-vastzetinrichtingen en/of overdrukinstallatie)
    Naast de in deze norm omschreven brandmeldsystemen kan het voorkomen dat zogenaamde brandbeveiligingsinstallaties worden geschakeld door automatische branddetectoren zonder tot een brandmeldinstallatie te behoren. Hierbij kan worden gedacht aan schakelingen voor deursluitsystemen en overdrukinstaliaties. Kenmerkend voor dergelijke stuurinstallaties is dat deze alleen bedoeld zijn om de betreffende brandbeveiligingsinstallatie te activeren en waarbij een doormelding naar een brandbestïijdingsorganisatie (brandweer) niet is vereist. Toch zullen deze installaties een goede kwaliteit moeten waarborgen in de vorm van onder andere goede componenten en een deugdelijke projectering Indien de automatische rookdetectoren geen onderdeel uitmaken van een in het betreffende object bevindend brandmeïdsysteem, moet aan het volgende worden voldaan:
    1) Voor de automatische detectoren moeten altijd rookmelders worden toegepast;
    2) De rookmelder moet aan NEN-EN 54-7 voldoen;
    3) De maximummontagehoogte van de rookmelder mag de gegeven hoogte in de tabel 4 van deze norm niet overschrijden;
    4) Voor het schakelen voor een overdrukinstallatie moet zich minstens een rookmelder aan het plafond voor iedere toegang tot het trappenhuis bevinden;
    5) Bij het schakelen voor deur-vastzetinrichtingen moet zich aan beide zijden van de desbetreffende deur(en) aan het plafond een rookmelder bevinden;
    6) De afstand van de rookmelder tot de wand, waarin zich de betreffende deurfen) bevindt, moet ten minste 0,5 m en mag ten hoogste 2,5 m bedragen.
    indien er zich tussen 0,5 m tot 2,5 m een toegangsdeur van een aangrenzende ruimte bevindt, die niet met automatische brandmelders is beveiligd, moet de rookmelder zich voor deze deur bevinden;
    7) Bij een storing in de installatie (kortsluiting, draadbreuk, uitname detector e.d.) moet de betreffende
    te sturen installatie automatisch worden geactiveerd.
    Indien in het object een automatische brandmeldinstallatie aanwezig is, moet de installatie naast het gestelde in 1 t.m. 5 aan het-volgende worden voldaan:
    8) Bij een omvang van de bewaking zoals bedoeld in 7.1.2. (), moet eveneens het gestelde in 6) worden aangehouden;-> bij volledige bewakig is oorspronkelijke project toereikend (zoals ook door Palmpje beredeneerd)
    9) Bij een storing of uitschakeling van de meldergioep waarin de rookmelders welke in de nabijheid van de aan te sturen installatie zijn geprojecteerd, moet de desbetreffende stuur functie altijd zijn gegarandeerd.

    pdandré
    Bijdrager
    Post count: 46

    Bijlage C (informatief) (toch iets beter lezen!)
    8) Bij een omvang van de bewaking zoals bedoeld in 7.1.2. (), moet eveneens het gestelde in 6) worden aangehouden;-> bij volledige bewakig is oorspronkelijke project toereikend (zoals ook door Palmpje beredeneerd)

    Bijlage C is inderdaad informatief en niet normatief. Er mag dus zowieso van worden afgeweken.
    Ik had hem inderdaad niet goed genoeg bestuurd en daarmee over bovenstaand punt heen gelezen.

    Bedankt voor de verwijzing.

    j. nieuwland
    Bijdrager
    Post count: 801

    Dat bijlage C informatief is en dat je rustig mag afwijken? Hier zou ik toch maar voorzichtig mee zijn. Als ik kijk hoe (een aantal van) de geacrediteerde A inspectieinstellingen hiermee omgaan kun je nog wel eens op de koffie komen.

    Vanuit de praktijk gezien, althans zo zie ik het, moet op een deur met kleefmagneten, (of een brand/rookwerend scherm of rolluik enz) aan beide zijden een rookmelder op een afstand van 0,5 tot 2,5 m (tenzij deur tussen) geplaatst zijn. Uitzondering is bij volledige bewaking.
    Dit geldt zowel voor een brandmeldinstallatie als voor een "zelfstandig" systeem.
    Zou je dat niet doen, dus koppelen op een BMC, dan moet je dus naast de BMC ook het "zelfstandig systeem" aanbrengen. Krijg je dus rookmelders in een pand die niet op zelfde systeem zijn aangesloten.. kan..

    pdandré
    Bijdrager
    Post count: 46

    Dat bijlage C informatief is en dat je rustig mag afwijken? Hier zou ik toch maar voorzichtig mee zijn.

    Je hebt helemaal gelijk. Mijn opmerking "Er mag dus zowieso van worden afgeweken" was iets te vrij. Bedankt voor de correctie.

7 berichten aan het bekijken - 1 tot 7 (van in totaal 7)

Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.