8 berichten aan het bekijken - 1 tot 8 (van in totaal 8)
  • Auteur
    Berichten
  • Paul WendtPaul Wendt
    Bijdrager
    Post count: 332
    #2189 |

    Beste forumgangers,

    Beide hoofdstukken hebben betrekking op multicriteria-melders. Is er iemand die mij het verschil van de twee hoofdstukken kan vertellen. Een rondje langs de branddetectiebedrijven: slechts één type heeft een keurmerk conform de EN54-29. De andere hebben keurmerken voor de EN54-5 en EN54-7 (optische en thermisch).

    Paul Wendt.

    j. nieuwland
    Bijdrager
    Post count: 801

    Ik heb even gegoogled, beide genoemde normen zijn nog niet vastgesteld/van kracht. Dit betekent dat er geen productcertificaat volgens EN54-29 uitgegeven kan zijn. Misschien een verklaring dat de detector volgens EN54-29 is gefabriceerd?
    Multicriteria /multisensor/…….beide EN 54’s lijken te gaan over melders werkend op een thermisch principe en een rookdetectie principe. Er bestaan echter ook puntmelders met -naast genoemde principes- vlamdetectie en/of CO detectie, deze zijn EN54 5 & 7 gekeurd.

    J. Nieuwland

    mippie esser
    Bijdrager
    Post count: 173

    Google is ook mijn beste vriend, en als ik het goed begrijp is het als volgt:

    Beide normen zijn inderdaad nog ontwerp normen. Zoals mijnheer Nieuwland terecht opmerkt is het onmogelijk dat er nu al een fabrikant is die beweert dat hij een NEN-EN 54-29 goedgekeurde melder heeft. Zolang de norm een ontwerp is kan dit voor zover ik weet niet.

    NEN-EN 54-15 is bedoeld voor multi-sensor melders welke meer dan één fysiek of chemisch fenomeen van een echte brand kunnen detecteren.

    NEN-EN 54-29 is bedoeld voor multi-sensor melders met ten minste één optische- of ionisatie rook sensor, en ten minste één warmte sensor.

    Melders met een combinatie van optische en thermische worden nu nog via de NEN-EN 54-5 én 7 goed gekeurd. Deze zullen in de toekomst onder de NEN-EN 54-29 vallen. Alle andersoortige multi-sensor melders (combinatie van CO / vlamdetectie / optisch / thermisch) zullen onder de NEN-EN 54-15 vallen.

    Via Google ben ik ook nog een document van de brandweer Haaglanden tegengekomen waarin wordt gesteld dat het niet verstandig is om in keukens zomaar proefbrand grootte 7 toe te staan, maar melders toe te passen die NEN-EN 54-15 goedgekeurd zijn. Ben benieuwd hoe dit in de praktijk uitpakt…

    http://www.brandweer.nl/publish/pages/5990/toepassingthermischeofmulti_1.pdf

    Paul WendtPaul Wendt
    Bijdrager
    Post count: 332

    Beste allemaal,

    Bedankt voor de informatie. Kort door de bocht resumerend: een EN54-15 melder genereerd een alarm als ten minste één fysiek of chemisch fenomeen van een echte brand wordt waargenomen, een EN54-29 melder genereerd een alarm als tenminste twee fysieke of chemisch fenomenen van een echte brand wordt waargenomen. Oftewel de alarmcombinaties (hfd. 15) "of/of" of (hfd. 29) "en/en".

    Ik heb de vraag op het forum geplaatst omdat Bijlage E van het normontwerp NEN6098 verplicht EN54-29 melders toe te passen. De prestatie-eis, twee brandmatten, genereerd nauwelijks warmte (max. 1,5 C) terwijl twee melders in alarm moeten komen. Op lage diff. temperaturen mag conform EN54-5 geen alarm worden gegenereerd. Het is jammer dat de normcommissie niets heeft getest in de praktijk.

    Hoe kan überhaupt praktisch worden gezien of men te maken heeft met een 15 of 29 melder? Komen er speciale type aanduidingen op de melder?

    Paul Wendt.

    mippie esser
    Bijdrager
    Post count: 173

    Beste allemaal,

    Bedankt voor de informatie. Kort door de bocht resumerend: een EN54-15 melder genereerd een alarm als ten minste één fysiek of chemisch fenomeen van een echte brand wordt waargenomen, een EN54-29 melder genereerd een alarm als tenminste twee fysieke of chemisch fenomenen van een echte brand wordt waargenomen. Oftewel de alarmcombinaties (hfd. 15) "of/of" of (hfd. 29) "en/en".

    Voor zover ik uit de beknopte omschrijving van de normen op kan maken is het geen kwestie van "of/of" of "en/en" maar heeft het meer te maken met verschillende detectievormen. Dus twee melders in alarm met twee matten (donkere rook / optische melder, moeilijk moeilijk maar op te lossen met de juiste melderkeuze) moet denk ik geen probleem zijn met een NEN-EN 54-29 goedgekeurde melder. Zoals ik al eerder vermelde worden deze melders nu onder de NEN-EN 54-5 én 7 goedgekeurd, en deze melders zijn (bij ons) probleemloos met alleen testgas in alarm te zetten.

    Paul WendtPaul Wendt
    Bijdrager
    Post count: 332

    Beste Mippie en alle andere,

    Ten eerste moet ik even kwijt dat ik je reactie bijzonder op prijs stel. Vaak wordt een goedkope melder opgehangen en er vanuit gegaan dat deze het wel doet. De vele soorten melders moet men toch ook aan het denken zetten dat niet iedere melder geschikt is voor elke toepassing. Ik heb uiteraard gekeken naar je linkje en mis in de specificatie of deze melder geschikt is voor hoge luchtstromen (>1 m/sec) en een vochtige omgeving (relatieve vochtigheid). Daarnaast is de melder met testgas in alarm te zetten schrijf je. Dat vind ik merkwaardig want voor een "standaard multicriteria melder" is naast rook ook warmte nodig. Softwarematig zijn de kriteria wel injusteerbaar maar niet geheel uit te schakelen volgens mij. Als dat zou zijn dan is het niet logisch om een dergelijke duurdere melder op te hangen om vervolgens een meetgedeelte uit te schakelen zolang je er van uit gaat dat de melderkeuze bedoeld is om ongewenste/onechte brandmeldingen te voorkomen. Zelf gebruiken wij om melders te testen de Testifire. Dit apparaat is juist op de markt verschenen om multicriteria melders in één arbeidsgang te testen op meerdere criteria (+CO). Voorheen was daarvoor geen testapparaat voorzover ik weet. Ik heb de vraag ook uitgezet bij een aantal inspectie-instellingen hoe zij hier mee omgaan. Wordt hier überhaupt in de praktijk naar gekeken, worden de instellingen vastgelegd in een logboek etc..
    Nogmaals dank voor het meedenken.

    P. Wendt.

    mippie esser
    Bijdrager
    Post count: 173

    Paul,

    Voor zover ik weet hebben alleen ionisatie melders last van een te hoge luchtstroom. Als de luchtstroom boven de 4 m/sec komt kan dat problemen geven (bij ionisatie melders). Alle meleders zijn geschikt voor een relatieve vochtigheidsgraad van 95%.

    Voor wat betreft verhaal over het wijzigen van parameters het volgende: wij passen deze nooit aan. Het kan ook simpelweg niet bij alle melders. Bij multicriteria melders versterken de signalen elkaar, waardoor er bij een combinatie van brandverschijnselen sneller een alarm ontstaat. Dit betekent dus niet dat de melder beide brandverschijnselen nodig heeft om een alarm te creëren. Je kan een melder met een optisch en een thermodifferentiaal deel dus alleen met testgas in alarm krijgen. Het duurt alleen een fractie langer dan met het hi-tech apparaat dat je gekocht hebt. Bij sommige melders duurt het zelfs langer voor ze in alarm komen (maar dit geheel ter zijde)

    Paul WendtPaul Wendt
    Bijdrager
    Post count: 332

    Beste forumgangers,

    Gisteren hebben wij eindelijk antwoord gekregen van het NNI op onze opmerkingen mbt. de NEN6098. In kader van dit onderwerp het volgende. Bijlage E is uiteindelijk Bijlage C geworden en er wordt geen woord meer gerept over het type melders die gebruikt moeten worden. Dus mag u zelf, als projecteringsdeskundige, weer een melderkeuze maken voor wat betreft het voorkomen van onechte- en ongewenste meldingen.
    Te veel onecht- en ongewenste meldingen? Eigen schuld. Verkeerde melderkeuze.

    Mvg. Paul Wendt,

8 berichten aan het bekijken - 1 tot 8 (van in totaal 8)

Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.