Brandpreventieforum Forums Bouw materiaalgebruik rvvr

9 berichten aan het bekijken - 1 tot 9 (van in totaal 9)
  • Auteur
    Berichten
  • johan
    Bijdrager
    Post count: 621
    #1007 |

    Hallo,

    Ik heb een (celgebouw) in behandeling waar de gemeente het standpunt inneemt dat ook wanneer ik al vluchtende persoon de buitenlucht heb bereikt daar nog steeds sprake is van een rookvrije vluchtroute en dat daarom het materiaal (wandbekleding aan buitenzijde van het gebouw) aan klasse 1 moet voldoen. Hoe denke jullie hierover ?

    thnx Johan

    s vreeman
    Bijdrager
    Post count: 273

    Hallo,

    Ik heb een (celgebouw) in behandeling waar de gemeente het standpunt inneemt dat ook wanneer ik al vluchtende persoon de buitenlucht heb bereikt daar nog steeds sprake is van een rookvrije vluchtroute en dat daarom het materiaal (wandbekleding aan buitenzijde van het gebouw) aan klasse 1 moet voldoen. Hoe denke jullie hierover ?

    thnx Johan

    Ze BB art. 2.93 lid 1,2,3 en 5 zou ik zo zeggen. Lijkt me duidelijk dat de prestatie-eisen gewoon omschreven zijn.
    Artikel 2.93 buitenoppervlak
    Lid 1.
    Een constructie-onderdeel niet zijnde een deur, een raam, een kozijn of een daarmee gelijk te stellen constructie-onderdeel, heeft aan een zijde die grenst aan de buitenlucht, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan de klasse die voor die zijde is aangegeven in tabel 2.91. Een deur, een raam, een kozijn of een daarmee gelijk te stellen constructie-onderdeel voldoet aan klasse 4.
    Lid 2.
    Een gedeelte van een constructie-onderdeel dat hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau, heeft aan een zijde die grenst aan de buitenlucht, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan klasse 2.
    Lid 3.
    Een constructie-onderdeel van een bouwwerk waarvan een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau, heeft aan een zijde die grenst aan de buitenlucht, vanaf het aansluitende terrein tot een hoogte van ten minste 2,5 m daarboven, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan klasse 1.
    Lid 5.
    Het tweede tot en met vierde lid gelden niet voor:
    een deur,
    een raam,
    een kozijn en
    een aan een deur, een raam of een kozijn gelijk te stellen constructie-onderdeel.

    johan
    Bijdrager
    Post count: 621

    helemaal mee eens !! maar deze preventist blijft volhouden dat als hij het tabelletje 2.91 er op na slaat wordt aangegeven dat de buitenzijde van rvvr ook aan klasse 1 moet voldoen. Ik moet toegeven dat dit tabelletje een niet goed "ingelezen" preventist op het verkeerde been kan zetten met alle gevolgen van dien…
    Ik ben op zoek naar een paar argumenten waarmee ik eenvoudig terug kan verwijzen naar art 2.93.

    s vreeman
    Bijdrager
    Post count: 273

    Artikel 2.93 buitenoppervlak
    Lid 1.
    Een constructie-onderdeel niet zijnde een deur, een raam, een kozijn of een daarmee gelijk te stellen constructie-onderdeel, heeft aan een zijde die grenst aan de buitenlucht, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan de klasse die voor die zijde is aangegeven in tabel 2.91. Een deur, een raam, een kozijn of een daarmee gelijk te stellen constructie-onderdeel voldoet aan klasse 4.

    Sorry, maar ik geef hem gelijk. Dit geldt natuurlijk niet voor de buitenzijde van een tunneltje als je door een tunneltje vlucht dat onderdeel is van een rvvr maar wel als je op korte afstand langs een gevel moet vluchten. Escape: als je voldoende ruimte hebt, zou je een gebied (tegelpad) kunnen aangeven als RVVR (voldoende breed etc) zodanig dat die niet grenst aan de gevel. Tussen het pad en de gevel wellicht gras ofzo leggen.

    leon
    Bijdrager
    Post count: 220

    Ik ben op zoek naar een paar argumenten waarmee ik eenvoudig terug kan verwijzen naar art 2.93.

    Artikel 2.93 wordt aangestuurd door tabel 2.91, hierin staat o.a. dat een RVVR zowel aan de binnen als buitenzijde aan klasse 1 moet voldoen…

    johan
    Bijdrager
    Post count: 621

    toch ligt het wat complexer denk ik, want als je de filosofie volgt dat ook de buitenzijde van het gebouw moet voldoen aan klasse 1 maakt eigenlijk de hele buitenlucht (en de hele tuin !?) deel uit van mij rookvrije route ?? er mogen dus ook geen brandbare spullen staan ? zoals droog gras in de tuin ? geen auto’s tegen het gebouw ? want als dit deel uit maakt van de rvvr dan moet je ook de bouwverordening volgen (art 24) ?? dan ben je verder van huis volgens mij…dan weet je helemaal niet meer waar je gaat eindigen met het stellen van eisen.

    Voor mijn gevoel worden hier twee artikelen door elkaar gehaald, je bent veilig als je buiten bent (en via de vluchtroute de openbare weg kan bereiken !!!!) En dus voldoende afstand kan nemen van het gebouw. Je hebt dan namelijk het brandende rookkompartiment al verlaten en kan dus veilig vluchten. Materiaal eisen binnen het gebouw (2.92)

    in 2.91 worden eisen gesteld aan het buitenoppervlak (gevels van het gebouw) maar deze dienen een ander doel volgens mij.

    in het andere artikel

    s vreeman
    Bijdrager
    Post count: 273

    2.93 lid 1 is volgens mij wel bedoeld zoals we het letterlijk lezen. Alleen lijkt het me zoals je al zegt alleen van toepassing als er sprake is van verplicht vluchten heel dicht langs een gevel, bijvoorbeeld via een galerij ofzo. Op enige afstand ben je natuurlijk veilig door de afstand tot die gevel. De toelichting op de andere leden van 2.93 spreken voor zich.

    louis van wijk
    Moderator
    Post count: 825

    Ja, maar dan ook alleen ter plaatse van de rvvr moet het klasse 1 zijn.
    Ter plaatse van de "overig" dus klasse 4

    Hoeveel van die buitenzijde is dus daadwerkelijk echt ter plaatse van de rvvr???

    Vast niet de hele buitengevel toch :?

    En als je de definitie erbij pakt:
    rookvrije vluchtroute: van rook gevrijwaarde route die begint bij een toegang van een rookcompartiment of een subbrandcompartiment, uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen en eindigt op een veilige plaats, zonder dat gebruik behoeft te worden gemaakt van een lift;

    Als je buiten bent dan ben je m.i. op een veilige plaats, en is er daar dus geen sprake meer van een rookvrije vluchtroute.
    Ik zou nog wel mee kunnen met de gedachtegang dat je dan wel voldoende afstand van jet gebouw moet kunnen nemen.

    cu,
    Loe

    louis van wijk
    Moderator
    Post count: 825

    Bron: sbr.nl

    Het traject vanaf een willekeurige plaats in een gebouw – via gangen en trappenhuizen of noodtrappen – naar het terrein wordt in zijn geheel aangeduid als vluchtroute. In de tekening is dat het traject tussen de punten A en D. Uitzonderingen zijn gevangenissen en gebouwen voor de gezondheidszorg. Voor deze gebouwen is het eindpunt van de vluchtroute namelijk een veilige plaats binnen het gebouw. Die veilige plaats is dan een ander brandcompartiment.

    a) Elke vluchtroute begint in een rookcompartiment en leidt naar één van de toegangen van dat rookcompartiment. Bij woongebouwen leidt elke vluchtroute naar de toegang van de woning.
    b) Vervolgens begint een rookvrije vluchtroute naar de toegang van het terrein.
    c) Een gedeelte van een rookvrije vluchtroute moet (soms) tevens brandvrij zijn.

    a) Vluchtroute binnen een rookcompartiment of woning
    Het deel van de vluchtroute in een door brand bedreigd gedeelte van een gebouw (rookcompartiment) naar de dichtstbijzijnde rookwerende scheidingsconstructie heeft geen bijzondere status. Deze vluchtroute leidt meestal naar een deur (tevens toegang) van het rookcompartiment van waaruit wordt gevlucht (utiliteitsgebouwen) óf naar de woningtoegang (woongebouwen). In de tekening is dat het traject A-B. Voor dit gedeelte van de vluchtroute zijn de eisen aan de maximale loopafstand belangrijk. Wanneer er rookontwikkeling optreedt, moet elke gebruiker binnen 30 seconden een uitgang kunnen bereiken. Die uitgang moet in de eerste plaats voldoende rookwerend zijn en in de tweede plaats verder vluchten mogelijk maken. Zo’n uitgang mag dus niet leiden naar bijvoorbeeld een doodlopende gang.

    De maximale loopafstand binnen een rookcompartiment (of woning) hangt af van de bezettingsgraadklasse. Voor utiliteitsgebouwen wordt voor de loopafstand maximaal 30 m aangehouden binnen een ingedeelde plattegrond bij een normale bezetting. Daarbij mag een hoogteverschil van maximaal 4 m worden overbrugd (Bouwbesluit, art. 2.136). Wanneer er maar één uitgang aanwezig is, geldt een kortere maximale loopafstand. Binnen een woning bedraagt de loopafstand tussen de toegang van een verblijfsruimte (bijvoorbeeld een slaapkamer of een werkkamer) en de toegang van de woning maximaal 15 m.

    b) Rookvrije vluchtroute
    Wanneer de vluchtroute de eerste (rookwerende) scheidingsconstructie is gepasseerd, begint vanaf dat punt een rookvrije vluchtroute in de richting van het terrein. In principe moeten er vanaf dat punt twee onafhankelijke rookvrije vluchtroutes beschikbaar zijn, maar er zijn uitzonderingen.
    Een rookvrije vluchtroute loopt over vloeren en vaste trappen (of hellingbanen) en mag niet zijn geblokkeerd (bijvoorbeeld door een afgesloten deur). In de afbeelding is dat het traject B-D. Het traject van de vluchtroute mag door andere brandcompartimenten en/of rookcompartimenten voeren. De definitie in het Bouwbesluit van een rookvrije vluchtroute (art. 1.1, lid 1) somt de voorwaarden nog eens op: een "van rook gevrijwaarde route die begint bij een toegang van een rookcompartiment of een subbrandcompartiment, uitsluitend voert over vloeren, trappen en hellingbanen en eindigt op een veilige plaats, zonder dat gebruik hoeft te worden gemaakt van een lift."
    Om te voorkomen dat er rook ontstaat in een rookvrije vluchtroute moet de afbouw (inrichting) aan bepaalde eisen voldoen met betrekking tot de rookontwikkeling van de toegepaste materialen (Bouwbesluit, art. 2.126, lid 1, 2 en 3).
    Een rookvrije vluchtroute moet in principe op elk punt een vrije doorgang verschaffen van minimaal 0,85 m breed en 2,3 m hoog. De breedte-eis geldt niet voor dat deel van een rookvrije vluchtroute dat over een trap voert. (Bouwbesluit, art. 2.167 lid 1). Als deuren de vluchtroute indraaien moet er een breedte van 0,6 m beschikbaar blijven, gemeten naast de deur in geopende stand. (Bouwbesluit art. 2.76 lid 3)

    c) Brand- en rookvrije vluchtroute
    Een brand- en rookvrije vluchtroute is volgens de definitie in het Bouwbesluit (art. 1.1, lid 1) een "van brand gevrijwaarde rookvrije vluchtroute die uitsluitend door verkeersruimten voert." In de afbeelding is dat het traject C-D. Er zijn in het algemeen twee gevallen waarin een rookvrije vluchtroute de zwaardere status van een brand- en rookvrije vluchtroute moet hebben:

    * binnen een vluchttrappenhuis dat meer dan 8 m hoogteverschil overbrugt;
    * indien er vanuit een (omvangrijk) rookcompartiment slechts in één richting kan worden gevlucht.

    Het kenmerk van een brand- en rookvrije vluchtroute is dat deze uitsluitend door verkeersruimten voert, zoals gangen en vluchttrappenhuizen. Bovendien is vereist dat een brand- en rookvrije vluchtroute altijd buiten een brandcompartiment ligt, en dus ook buiten een rookcompartiment. Dit deel van de vluchtroute is daarmee voor een bepaalde tijd gevrijwaard van zowel vuur als rook. Om te voorkomen dat er in een brand- en rookvrije vluchtroute brand uitbreekt, moet de afbouw (inrichting) van de verkeersruimte zelf aan strenge eisen voldoen met betrekking tot de mate van brandvoortplanting (klasse 1 of 2 voor wanden en plafonds en klasse T1 voor vloeren en trappen) en de rookontwikkeling van de toegepaste materialen. De eisen aan de rookontwikkeling zijn hier strenger dan voor een rookvrije vluchtroute.

9 berichten aan het bekijken - 1 tot 9 (van in totaal 9)

Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.