Brandpreventieforum Forums Gebruik Kamerverhuur

12 berichten aan het bekijken - 1 tot 12 (van in totaal 12)
  • Auteur
    Berichten
  • palmpie
    Participant
    Post count: 1222
    #1304 |

    Spinoff van: brandmeldinstallatie-ontruimingsinstallatie/programma-van-eisen-afgekeurd-t1473-10.html

    Eens, helaas is recentelijk gebleken dat ze bij vrom volgens eigen zeggen (vrije interpretatie) ‘geen fouten maken en dat het jammer is dat de inspanning van zovelen aan de kaak wordt gesteld ‘ (had iets te maken met kamerverhuur in het gebruiksbesluit en een artikel van dhr. Doevedans over onduidelijkheden. Uit de reactie van Vrom blijkt dat de voorschriften voor kamerverhuur in het gebruiksbesluit niet geldt voor de meeste vormen van kamerverhuur…. (nieuw topic?)). Voortbordurend op deze stellingname, ziet voor deze situatie de brandweer het dus per definitie fout.

    Hier onder het artikel. De reactie van VROM heb ik nog niet kunnen vinden…

    http://www.architectuur.nl/1014572/Een- … owall=true

    Kamerverhuur en het nieuwe Gebruiksbesluit
    (03-11-2008)

    Met de introductie van het “Besluit brandveilig gebruik bouwwerken”, in de wandelgangen aangeduid als Gebruiksbesluit, zijn er eindelijk landelijke regels voor kamerverhuur. Het Besluit is op 1 november 2008 in werking getreden en vervangt daarbij met onmiddellijke ingang alle brandveiligheidsvoorschriften uit de gemeentelijke Bouwverordening.

    Tot op heden kenden veel gemeenten hun eigen lokale beleid op het gebied van kamerverhuur. Dit leidde tot grote lokale verschillen en daarmee tot ergernis in de bouwpraktijk.

    Waarom regels voor kamerverhuur ?
    Bij kamerverhuur gaat het feitelijk om individuele huurders die op een gezamenlijke voordeur zijn aangewezen. Veel kamergewijs verhuurde woonfuncties zijn gewone eengezinswoningen die voldoen aan het Bouwbesluit. Omdat in het gebruik sprake is van een bezetting met wisselende bewoners die niet in gezinsverband leven ligt het voor de hand deze woonfunctie enigszins te nuanceren.

    Er bestaat verschil tussen een gezinssituatie en een situatie waarin een aantal mensen individueel in één woning wonen. Immers: in een gezinssituatie zijn mensen met elkaar bekend en dragen ze verantwoordelijkheid jegens elkaar. In geval van kamerverhuur is dat niet altijd het geval. Bewoners weten vaak niet van elkaar of ze thuis zijn en voelen zich ook minder verantwoordelijk voor elkaar. Dit is overigens erg afhankelijk van de situatie, maar in het algemeen kan worden gezegd dat het ingeval van kamerverhuur verstandig is om niet van elkaar afhankelijk te zijn in geval van nood.

    Overigens gelden voor de meeste eengezinswoningen die door studenten worden bewoond uitsluitend de regels die gelden voor gewone woningen. Er is pas sprake van kamergewijze verhuur wanneer er vijf mensen of meer zijn aangewezen op een gezamenlijke voordeur. Gangbare eengezinswoningen hebben veelal maar drie of vier slaapkamers. Deze zijn dus uitgesloten. In de toelichting van het Gebruiksbesluit is gemotiveerd dat tot vijf bewoners het veiligheidsrisico niet groter wordt gezien als bij een gewone woonfunctie.

    Woningwet
    Gemeenten hebben de mogelijkheid om op grond van artikel 13 van de Woningwet noodzakelijke bouwtechnische voorzieningen te eisen in specifieke gevallen. Daar kan een kamerverhuurpand onder vallen. Daarvoor mag echter geen beleidsnota worden vastgesteld, want dat zou inhouden dat er algemene bouwtechnische eisen zouden gelden voor het gehele grondgebied van een gemeente en dat staat op gespannen voet met artikel 2 van de Woningwet. Daar staat namelijk dat bouwtechnische voorschriften uitsluitend thuishoren in het Bouwbesluit 2003. En dus niet in gemeentelijke beleidsstukken of verordeningen.

    Bouwbesluit 2003
    Op grond van het Bouwbesluit 2003 kunnen aan bepaalde vormen van kamergewijze verhuur aanvullende bouwkundige eisen worden gesteld t.o.v. de eengezinswoning. Vanaf 500 m2 gelden voor een nieuwbouwwoonfunctie eisen met betrekking tot subcompartimentering. Ook kan een gebouw waarin kamers worden verhuurd worden aangemerkt als woongebouw mits de kamers groter zijn dan 18 m². Ook dan gelden voorschriften met betrekking tot subcompartimentering.

    Voor woonfuncties met een gebruiksoppervlakte kleiner dan 500 vierkante meter biedt het Bouwbesluit 2003 geen houvast om bouwkundige eisen te stellen boven de eisen die worden gesteld aan een gewone eengezinswoning. Een gangbare eengezinswoning heeft een oppervlakte van ca. 80- 150 vierkante meter. Aan bijvoorbeeld een 18e eeuws grachtenpand met een gebruiksoppervlakte van 490 vierkante meter met 15 individueel verhuurde wooneenheden kunnen door een gemeente dus niet meer eisen worden gesteld dan aan een gewone woonfunctie. Dat laat onverlet dat de verhuurder wel op eigen initiatief subcompartimentering kan realiseren.

    Een te bouwen woning is op grond van artikel 2.146 lid 7 van het Bouwbesluit 2003 voorzien van een of meer rookmelders die voldoen aan NEN 2555. Deze bevinden zich ten minste in ruimtes waardoor moet worden gevlucht vanuit een verblijfsruimte.

    Model- Bouwverordening 1992 (t/m 12e serie wijzigingen)
    De model- Bouwverordening 1992 kende weinig onderverdeling in het begrip woonfunctie. Er werden extra eisen gesteld aan woonfuncties voor verminderd zelfredzame personen, maar kamergewijze verhuur viel onder de noemer “overige woonfunctie”, net als een eengezinswoning. Voor een „overige woonfunctie‟ waren in tabel 2.6.1 (brandmeldinstallaties) geen voorschriften aangewezen.

    Op grond van de model- Bouwverordening 1992 was het dus niet mogelijk om aanvullende eisen te stellen aan een woonfunctie wanneer deze kamergewijs werd bewoond. Veel gemeenten hebben deze lacune opgevuld door eisen voor kamergewijze verhuur op te nemen in de gemeentelijke bouwverordening dan wel beleidsregels. Er was geen landelijke uniformiteit.

    Gebruiksbesluit
    Met de komst van het Gebruiksbesluit zijn een aantal zaken met betrekking tot woonfuncties ingrijpend gewijzigd. Het begrip woonfunctie is namelijk gedifferentieerd naar 9 verschillende vormen van wonen. Kamergewijze verhuur is er hier één van. Hiermee is het mogelijk geworden om voor deze categorie landelijk uniforme voorschriften te geven. Ten opzichte van de MVB 1992 betekent dit een wezenlijke verandering.

    Een woonfunctie voor kamergewijze verhuur heeft volgens het Gebruiksbesluit een brandmeldinstallatie (conform NEN 2535) met volledige bewaking (dus in alle ruimtes rookmelders) en een ontruimingsalarmeringsinstallatie. Deze volledige bewaking geldt echter alleen voor de gezamenlijke (zie voetnoot 1) ruimtes. Wanneer iedere wooneenheid (zie voetnoot 2) wordt uitgevoerd als subbrandcompartiment met een 30 minuten wbdbo vanuit het subbrandcompartiment naar een andere besloten ruimte mogen deze installaties vervallen. Het is merkwaardig dat hier is gekozen voor 30 minuten WBDBO.

    Verder schrijft het Gebruiksbesluit voor dat alle verblijfsruimten onderling gekoppelde rookmelders (conform NEN 2555) moeten hebben. Dit geldt pas wanneer een verblijfsruimte hoger is gelegen dan 2,1 m boven het meetniveau en wanneer vanaf de toegang van de wooneenheid waartoe die verblijfsruimte behoort geen tweede vluchtroute voorhanden is.

    Nadere beschouwing
    Een brandmeldinstallatie met volledige bewaking is in veel gevallen een te rechtvaardigen optie die leidt tot een voldoende mate van vluchtveiligheid. De installatie behoeft niet door te melden naar de brandweer. Dat betekent dat de installatie niet behoeft te worden gecertificeerd en daarmee blijven de kosten redelijk beperkt. Vreemd is wel dat de volledige bewaking (dus rookmelders in alle ruimtes) beperkt is tot de gezamenlijke ruimten. Dat komt eigenlijk vrij precies neer op gedeeltelijke bewaking voor de gehele woonfunctie. Waarom dan deze cryptische omschrijving?

    Wanneer elke wooneenheid wordt uitgevoerd als subbrandcompartiment is een brandmeldinstallatie niet verplicht. Vreemd is dat hier „elke wooneenheid‟ is aangewezen, en niet iedere verblijfsruimte, inclusief bijvoorbeeld een gezamelijke keuken en gezamenlijke woonkamer. Zelfsluitendheid van deuren is niet vereist. Gegeven de nieuwste technieken met scharnieren die eerst bij waarneming van hoge temperatuur of rook zelfsluitend worden moet dat als gemiste kans worden gezien.

    Er zit hier juridisch een addertje onder het gras. Het (weliswaar als alternatief) voorschrijven van subbrandcompartimenten is namelijk een bouwtechnische eis. En bouwtechnische eisen horen thuis in het Bouwbesluit 2003. Daar bestaat zeer duidelijke jurisprudentie over. Bovendien volstaat volgens het Bouwbesluit 2003 voor een bestaand gebouw een wbdbo van 20 minuten. Op dat moment is er bouwtechnisch een voldoende mate van wbdbo aanwezig, maar desondanks is dan een brandmeldinstallatie volgens NEN 2535 verplicht.

    Alle verblijfsruimten dienen te zijn voorzien van gekoppelde rookmelders conform NEN 2555 wanneer een vloer van een verblijfsruimte hoger is gelegen dan 2,1 m boven het meetniveau en indien er maar één vluchtroute voorhanden is. Dat is mooi. Deze rookmelders zijn een vrij goed alternatief voor een NEN 2535 installatie, zeker wanneer ze in combinatie met subbrandcompartimenten worden uitgevoerd. In dat geval is er echter geen melder in de gang en in bijvoorbeeld een wasruimte, terwijl ze daar ze daar buitengewoon nuttig zijn.

    Beter was geweest om als subbrandcompartimentering aanwezig is volledige bewaking met NEN 2555 melders voor te schrijven. Dan had ook een koppeling met het Bouwbesluit 2003 kunnen worden gemaakt. De situatie kan zich nu voordoen dat bijvoorbeeld op de gang een NEN 2555 rookmelder aanwezig is conform BB 2003 artikel 2.146 lid 7, die niet wordt gekoppeld aan de andere rookmelders in de verblijfsruimten.


    Figuur 1, woning boven een winkel. Zo is het nu voorgeschreven.

    Voorbeeld: woonfunctie voor kamergewijze verhuur boven een winkel
    Wanneer sprake is van een woonfunctie voor kamergewijze verhuur zonder subbrandcompartimenten leidt de set voorschriften tot een merkwaardige situatie. Dan is namelijk een brandmeldinstallatie nodig conform NEN 2535 in de gezamenlijke ruimten (gang, woonkamer, keuken, etc.), plus gekoppelde rookmelders conform NEN 2555 in alle verblijfsruimtes en bij vanaf 01.01.2003 gebouwde woningen ook een NEN 2555 rookmelder in de gangen.

    In de gezamenlijke verblijfsruimten zijn nu dus zowel een NEN 2535, als een NEN 2555 melder aanwezig. Op de gang is vervolgens een stand- alone NEN 2555 melder aanwezig, en een NEN 2535 melder. Er zijn nu drie volledig gescheiden systemen operationeel. Dit lijkt wat teveel van het goede. Men is waarschijnlijk vergeten om op te schrijven dat bij toepassing van een NEN 2535 installatie geen NEN 2555 melders meer nodig zijn. Zie figuur 1. Het lijkt er ook op dat men ook niet goed heeft nagedacht over de beheerfase.

    Voor een NEN 2535 installatie heeft het Gebruiksbesluit specifieke regels, waarbij een beheerder moet worden aangesteld. Dat lijkt bij kamerverhuur een vergaande maatregel, gelet op het vlotte verloop van bewoners. Voorts is het bevreemdend dat de eis aan de wbdbo is vastgesteld op 30 minuten. Kamergewijze verhuur vindt veelal plaats in bestaande panden. Stel dat daarin een subcompartimentering aanwezig is van 20 minuten. Dan geldt nog steeds het linkerplaatje.

    De vraag dient zich aan of op grond van artikel 1.4 (gelijkwaardigheid) van het Gebruiksbesluit bovenstaande naar een logische inhoud kan worden teruggebracht. In de toelichting van het gebruiksbesluit zijn bij dat artikel en bij artikel 2.2.1 voorbeelden beschreven die doen vermoeden dat het experts niet moeilijk zal vallen om aan te tonen dat met een meer logische invulling ten minste een gelijke mate van veiligheid kan worden bereikt. Hoewel dat dan soms in de praktijk een ontheffing betekent, noemt men dat in de betekenis van het Gebruiksbesluit gelijkwaardigheid.

    Kan het anders?
    Beter zou zijn geweest om voor kamergewijze verhuur een brandmeldinstallatie conform NEN 2535 voor te schrijven met volledige bewaking in alle ruimten. Dit kan nog worden genuanceerd door gedeeltelijke bewaking voor te schrijven ingeval de hoogste vloer van een ruimte waarin geslapen wordt lager is gelegen dan 2,1 m boven het meetniveau.

    Als alternatief zou kunnen worden gekozen voor subcompartimenten (en dan ook de gezamenlijke verblijfsruimtes, dus niet alleen de wooneenheden) in combinatie met volledige bewaking door middel van gekoppelde melders conform NEN 2555 en bij brand zelfsluitende deuren. Voor deze subbrandcompartimenten zou een eis van 20 minuten moeten gelden. Deze eis geldt uiteraard voor bestaande bouw.

    Wanneer een exploitant middels een verbouwing de compartimentering wil aanpassen gelden op grond van het Bouwbesluit 2003 nieuwbouweisen. Ook hier zou weer gedeeltelijke bewaking kunnen worden voorgeschreven ingeval de hoogste vloer van een ruimte waarin geslapen wordt lager is gelegen dan 2,1 m boven het meetniveau. Bij toepassing van dit alternatief is dan een brandmeldinstallatie conform NEN 2535 niet meer nodig. Zie figuur 2.


    Figuur 2, zo zou het ook kunnen.

    Gebruiksvergunning
    Op grond van het Gebruiksbesluit is het verplicht een gebruiksvergunning te hebben wanneer aan meer dan 10 personen bedrijfsmatig nachtverblijf wordt verschaft. Kamergewijze verhuur valt hier niet onder. Bij kamergewijze verhuur is namelijk sprake van bedrijfsmatig verschaffen van woonverblijf.

    Een gebruiksvergunning is voor kamergewijze verhuur dus niet vereist. Wel dient voor een woonfunctie voor kamergewijze verhuur, dus vanaf 5 personen, een gebruiksmelding te worden gedaan. Bovenstaande laat overigens onverlet dat ook wanneer geen gebruiksvergunning of -melding verplicht is aan het Bouwbesluit 2003 en het Gebruiksbesluit dient te worden voldaan.

    Landelijke uniformiteit
    Gemeenten mogen afwijken van het getal van 10 personen als het gaat om het verlangen van een gebruiksvergunning. Het is dus denkbaar dat hier lokale verschillen gaan ontstaan. Bovendien kan op grond van artikel 2.9.1. worden gehandhaafd op het voorkomen van brandgevaarlijke situaties. De reikwijdte van dit artikel is zo algemeen, zo weinig specifiek dat naar verwachting per gemeente verschillen zullen optreden in de handhavende sfeer.

    Burgemeester en Wethouders kunnen voorts volgend op een gebruiksmelding nadere voorwaarden stellen op grond van artikel 2.12.4 ter beperking van risico‟s bij brand. Ook dit biedt een mogelijkheid voor gemeenten om lokaal de gebruiksvoorschriften verschillend te in te vullen

    Conclusie
    Het Gebruiksbesluit biedt zeker ten aanzien van de waarborging van brandveiligheid meerwaarde op het gebied van kamergewijze verhuur ten opzichte van de praktijk in veel gemeenten. In zeer veel gevallen kan hiermee binnen redelijke grenzen van kosten een mate van veiligheid worden behaald die tot voor kort moeilijk af te dwingen was. Ook is het een groot winstpunt dat deze regelgeving landelijk is ingevoerd en dat hiermee lokale verschillen worden genivelleerd, hoewel dat niet in de volle breedte hoeft op te gaan.

    De inhoud en formulering van de voorschriften maakt echter een onvoldoende doordachte indruk. Daar zal naar verwachting nog heel wat discussie over volgen.

    Voetnoot 1
    Een niet-gemeenschappelijk gedeelte van een woonfunctie, een ruimte of een voorziening, die ten dienste staat van meer dan een wooneenheid, wordt aangeduid als gezamenlijk.
    Voetnoot 2:
    Wooneenheid: gedeelte van een woonfunctie voor een individueel huishouden bij kamergewijze verhuur.

    Auteur:ing. H.J. (Hendrik-Jan) Doevendans, Technisch specialist Brandveiligheid

    erwin brinkhorst
    Participant
    Post count: 93

    De reactie van VROM staat in ‘Bouwregels in de praktijk’ nummer 1/2 van 2009.

    Online is deze reactie ook geplaatst op 27 februari 2009. Wie lid is kan het artikel online vinden via:
    http://www.bouwregelsindepraktijk.nl/bo … ID=0000005

    Kennelijk heeft de heer Doevendans in bovenstaand artikel een gevoelige snaar geraakt…

    palmpie
    Participant
    Post count: 1222

    De reactie van VROM staat in ‘Bouwregels in de praktijk’ nummer 1/2 van 2009.

    Online is deze reactie ook geplaatst op 27 februari 2009. Wie lid is kan het artikel online vinden via:
    http://www.bouwregelsindepraktijk.nl/bo … ID=0000005

    Kennelijk heeft de heer Doevendans in bovenstaand artikel een gevoelige snaar geraakt…

    Heb je wat ‘steek’ woorden uit het artikel? Dat zoekt wat gemakkelijker met Google… :wink: Of een scan… :roll: :wink:

    erwin brinkhorst
    Participant
    Post count: 93

    Ik heb het artikel nog niet ‘vrij’ op internet gevonden, alleen op de site van Bouwregels in de praktijk.

    Alleen al het feit dat VROM het nodig vond om in Bouwregels in de praktijk te moeten reageren, zie ik als een teken aan de wand…

    Een aantal opmerkelijkheden uit het artikel:

    ‘…veel studentenhuizen en andere vormen van kamerverhuur vallen niet onder de voorschriften voor ‘kamergewijze verhuur’, zoals bedoeld in het gebruiksbesluit…’

    Dit is vreemd want met de invoering van het GB waren regels ‘beloofd’ om ook kamergewijse verhuur aan te kunnen pakken. Naar verluid hebben enkele gemeente, maar ook het LNB grote moeite met deze stelling van VROM.

    ‘…Mocht blijken dat de voorschriften rondom kamergewijse verhuur problemen opleveren dan zal dit worden meegenomen in de nu lopende integratie van het Gebruiksbesluit en het Bouwbesluit…’

    Kennelijk vindt VROM dat de constateringen in het artikel van de heer Doevendans onterecht zijn of anders toch wel van ondergeschikt belang. Het zoeken naar oplossingen, voor zover mocht blijken dat dat nodig is(!), kan kennelijk wachten totdat VROM de integratie van GB en BB heeft afgerond.

    Daarnaast is het artikel wat suggestief over datgene wat in het artikel van de heer Doevendans is omschreven, met name als het gaat om de subbrandcompartimentering. Verder gaat het artikel niet in op de technische constateringen. Nog een gemiste kans… :wink:

    palmpie
    Participant
    Post count: 1222

    Wat is precies de definitie van gemeenschappelijk? Wat moeten ze allemaal ‘samen’ doen om hiervoor in aanmerking te komen? Wanneer zijn studenten een ‘huishouden’ en wanneer niet? (dus wanneer zijn het allemaal eigen woonunits per student en wanneer een ‘eensgezinswoning’)

    erwin brinkhorst
    Participant
    Post count: 93

    Bron: toelichting op Gebruiksbesluit

    Kamergewijze verhuur
    In dit besluit is kamergewijze verhuur gedefinieerd als ‘een woonfunctie voor het bedrijfsmatig verschaffen van woonverblijf aan meer dan een huishouden en aan meer dan vier personen’. Hiermee richt het begrip ‘kamergewijze verhuur’ zich op de [accentueren]verhuur van kamers in een woning aan afzonderlijke huurders die geen sociale band met elkaar of de verhuurder hebben[/accentueren] en zodoende zelf geen of weinig invloed op de brandveiligheidssituatie kunnen uitoefenen. [accentueren]Het gaat hier dus niet om een woongroep, gezinsvervangend tehuis of studentenhuis waarin een aantal personen gezamenlijk een huishouden voert[/accentueren] of de woning van een hospita met een beperkt aantal inwonende studenten. Ook de woning die ouders voor hun studerende kind kopen valt er in beginsel buiten, zelfs als er in die woning nog enkele andere studenten worden gehuisvest. Deze woonvormen vallen in principe onder de gewone woonfunctie. In de definitie is een ondergrens van meer dan vier personen per woonfunctie opgenomen, omdat aangenomen wordt dat er uit het bedrijfsmatig woonverblijf verschaffen aan maximaal vier personen, die alle vier een eigen wooneenheid hebben, vergeleken met de reguliere woonfunctie geen extra risico’s voor de brandveiligheid voortvloeien. Personen die deel uitmaken van het eigen huishouden van de verhuurder tellen hierin dus niet mee.
    [accentueren]Onder huishouden wordt in de definitie van kamergewijze verhuur niet noodzakelijkerwijs hetzelfde verstaan als in de fiscale regelgeving.[/accentueren] Overigens mag de kamergewijze verhuur niet verward worden met de verhuur van kamers in een logiesfunctie. Het gebruik van dergelijke kamers, bijvoorbeeld in een pension, moet voldoen aan de voorschriften die gelden voor de logiesfunctie. Zo valt huisvesting van seizoenarbeiders onder de logiesfunctie, zij hebben tenslotte elders hun hoofdverblijf. Zie op dit onderdeel ook de toelichting op artikel 1.3, eerste lid.

    Het gaat dus om het hebben van een sociale band en het voeren van een gezamenlijk huishouden. De term ‘huishouden’ is niet zomaar hetzelfde als bedoeld in de fiscale regelgeving, wat men dan wel bedoeld wordt gemakshalve achterwege gelaten. De definitie van ‘sociale band’ ontbreekt vanzelfsprekend ook.

    Kennelijk gaat de wetgever er vanuit dat studenten op eenzelfde wijze samenleven als mensen in een woongroep of in een gezinsvervangend tehuis. Dat getuigt niet van erg veel realiteitszin.

    Wie het wel weet, mag het zeggen!

    palmpie
    Participant
    Post count: 1222

    Maar het bouwbesluit kent deze toelichting niet… Wanneer moet je ze volgens het BB als ‘aparte’ woningen (de studentenkamers) zien en wanneer niet?

    palmpie
    Participant
    Post count: 1222

    Ik heb het artikel nog niet ‘vrij’ op internet gevonden, alleen op de site van Bouwregels in de praktijk.

    Alleen al het feit dat VROM het nodig vond om in Bouwregels in de praktijk te moeten reageren, zie ik als een teken aan de wand…

    Een aantal opmerkelijkheden uit het artikel:

    ‘…veel studentenhuizen en andere vormen van kamerverhuur vallen niet onder de voorschriften voor ‘kamergewijze verhuur’, zoals bedoeld in het gebruiksbesluit…’

    Dit is vreemd want met de invoering van het GB waren regels ‘beloofd’ om ook kamergewijse verhuur aan te kunnen pakken. Naar verluid hebben enkele gemeente, maar ook het LNB grote moeite met deze stelling van VROM.

    ‘…Mocht blijken dat de voorschriften rondom kamergewijse verhuur problemen opleveren dan zal dit worden meegenomen in de nu lopende integratie van het Gebruiksbesluit en het Bouwbesluit…’

    Kennelijk vindt VROM dat de constateringen in het artikel van de heer Doevendans onterecht zijn of anders toch wel van ondergeschikt belang. Het zoeken naar oplossingen, voor zover mocht blijken dat dat nodig is(!), kan kennelijk wachten totdat VROM de integratie van GB en BB heeft afgerond.

    Daarnaast is het artikel wat suggestief over datgene wat in het artikel van de heer Doevendans is omschreven, met name als het gaat om de subbrandcompartimentering. Verder gaat het artikel niet in op de technische constateringen. Nog een gemiste kans… :wink:

    Via het ‘Helpdesk Bouwregelgeving’ topic de reactie gevonden. Blijkbaar is het geen reactie van VROM maar van een partij die namens VROM werkt… :roll: :roll:

    http://www.geregeld.eu/?p=32

    Het Gebruiksbesluit geeft voorschriften voor de brandveiligheid van kamergewijze verhuur. Recent zijn er van diverse kanten vragen gesteld over de reikwijdte van de definitie van kamergewijze verhuur. Volgens het Gebruiksbesluit gaat het om:

    De toelichting geeft een nadere uitleg van het begrip en stelt daarbij dat kamers bij een hospita, woongroepen en studentenhuizen niet onder ‘kamergewijze verhuur’ vallen. Er is dus pas sprake van kamergewijze verhuur als er geen sprake is van een gezamenlijke huishouding. [accentueren]Studenten die met 8 man in een huis wonen en daar samen koken, eten, een huisrekening hebben, etc.[/accentueren] moeten volgens het Gebruiksbesluit gezien worden als een normale woonfunctie! Het is dus niet zo dat, zoals recent in een artikel in Bouwregels in de Praktijk werd vermeld, dat het feit dat er 5 kamers in een woning worden verhuurd automatisch leidt tot de categorisering ‘kamergewijze verhuur’.

    Het gaat natuurlijk om de veiligheid en niet om de definitie. Voor studentenhuisvesting is het echter verstandig om eerst te kijken of het wel of niet onder de voorschiften van het Gebruiksbesluit valt alvorens er klakkeloos een brandmeldinstallatie in te bouwen of anderzins aan te passen. Kijk in die gevallen wel wat noodzakelijk is om veilig tehuisvesting kunnen vluchten.

    erwin brinkhorst
    Participant
    Post count: 93

    Dit is niet het bewuste artikel uit "Bouwregels in de praktijk". Wel weer een reactie die de nodige onduidelijkheden schept richting de lezers ervan.

    Studenten die met 8 man in een huis wonen en daar samen koken, eten, een huisrekening hebben, etc. moeten volgens het Gebruiksbesluit gezien worden als een normale woonfunctie!

    Dit is voor mij nieuwe informatie! Het GB kent deze toelichting niet; ik ben erg benieuwd waar dit dan vandaan komt!!

    Het is dus niet zo dat, zoals recent in een artikel in Bouwregels in de Praktijk werd vermeld, dat het feit dat er 5 kamers in een woning worden verhuurd automatisch leidt tot de categorisering ‘kamergewijze verhuur’.

    Dit is pertinent onjuist!! De toelichting op artikel 1.1 in het GB zegt:

    In dit besluit is kamergewijze verhuur gedefinieerd als ‘een woonfunctie voor het bedrijfsmatig verschaffen van woonverblijf aan meer de een huishouden en aan .

    De toelichting op artikel 2.2.1. zegt:


    Bij deze woonfunctie voor het bedrijfsmatig van woonverblijf aan meer dan een huishouden en aan personen geldt de volledige bewaking alleen voor de gezamenlijke ruimten.

    En zegt even verderop in diezelfde toelichting:

    Overigens wordt opgemerkt dat bijvoorbeeld bij verhuur van kamers dit artikel niet relevant is omdat er dan geen sprake is van kamergewijze verhuur als bedoeld in dit besluit.

    Afgerond op hele personen is meer dan vier personen, minimaal vijf personen. Toch?

    Ik ben het wel eens met de stelling dat het om de veiligheid gaat en niet om de definitie. Dit heeft zogezegd ook voor de regelgever de boventoon gevoerd; aan de definitie heeft men wat weinig aandacht besteed… :twisted:

    s vreeman
    Participant
    Post count: 273

    En dit is dezelfde vent die de helpdesk van VROM bemenst? Lekker!

    erwin brinkhorst
    Participant
    Post count: 93

    Slogan helpdesk VROM:
    :H: :H: :H:
    Leuker kunnen we het niet maken!
    Bij nader inzien ook niet makkelijker. Of duidelijker. Of begrijpelijker. Of…

    Enfin.

    haje van egmond
    Participant
    Post count: 30

    De gehele tekst voor wie ‘m nog niet gevonden heeft. Het gaat hier wel degelijk om een reactie van VROM, wie de penvoerder was is niet interessant. Het stuk is door de auteurs van het Gebruiksbesluit geschreven. Het komt er op neer dat het GB stelt 5 personen EN meer dan 1 huishouden. Zie ook de toelichting. Dat dit in de praktijk niet de bedoeling is, is wat anders: dit is nu eenmaal de regel zoals de juristen van VROM ‘m bedacht en op papier gezet hebben. We kunnen het er wel niet mee eens zijn, maar ja, dat ben ik met de maximale snelheid van 120 in NL ook niet. Het moet wel veranderen, dat moge duidelijk zijn!! Suggesties?

    ————

    Reactie Ministerie van VROM op “kamerverhuur en het nieuwe Gebruiksbesluit”

    In Bouwregels in de Praktijk nummer 12 wordt door ing. H.J. Doevendans een beschouwing gegeven op de voorschriften voor kamergewijze verhuur in het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (verder “Gebruiksbesluit”). Naast de opmerking dat het slot van het artikel weinig recht doet aan de inspanningen van diverse partijen bij de totstandkoming van de voorschriften, volgen hieronder enkele opmerkingen over de interpretatie van de voorschriften door de auteur.

    Wanneer is sprake van ‘kamergewijze verhuur’?
    In de inleiding van het artikel wordt beschreven wat de aanleiding is om voor kamergewijze verhuur aanvullende voorschriften op te stellen. Zoals ook in de toelichting op de definitie van ‘kamergewijze’ verhuur in het Gebruiksbesluit staat aangeven, wordt hier beschreven dat situaties waarbij geen sprake is van een sociale band tussen de bewoners in potentie risicovol zijn bij brand. In het vervolg van de inleiding gaat de auteur echter voorbij aan de definitie van ‘woonfunctie voor kamergewijze verhuur’ in het Gebruiksbesluit (zie kader). De auteur wekt hier de indruk dat alle situaties waarbij sprake is van een woonfunctie die in delen aan meer dan 4 personen wordt verhuurd gezien moeten worden als ‘kamergewijze verhuur’. Het Gebruiksbesluit is echter alleen van toepassing op die situaties waar sprake is van meer dan één huishouden (de hospita uitgezonderd). De definitie en de toelichting zijn hier duidelijk: veel studentenhuizen en andere vormen van kamerverhuur vallen niet onder de voorschriften voor ‘kamergewijze verhuur’ zoals bedoeld in het Gebruiksbesluit. Per geval moet beoordeeld worden of al dan niet aan de definitie wordt voldaan. De definitie in het Gebruiksbesluit is hierbij niet gelijk aan datgene wat in het algemene spraakgebruik onder kamerverhuur wordt gezien.

    Geen bouwtechnische eisen in het Gebruiksbesluit
    In Nadere beschouwingen stelt de auteur dat er in het Gebruiksbesluit bouwtechnische eisen worden gesteld, wat niet is toegestaan. Het als alternatief voor een brandmeldinstallatie voorschrijven van brandcompartimenten is dan ook niet toegestaan. Het Gebruiksbesluit schrijft in artikel 2.2.1 echter geen compartimentering voor. Er wordt slechts een uitzondering genoemd op de algemene eis dat er een brandmeldinstallatie aanwezig moet zijn: indien er sprake is van compartimentering, dan is een brandmeldinstallatie niet noodzakelijk. In artikel 2.2.2 wordt een zelfde soort voorwaarde gesteld: als er sprake is van een vloer hoger dan 2,1 meter en er is geen tweede vluchtroute dan moeten er gekoppelde rookmelders aanwezig zijn. Ook dit is geen eis tot het aanbrengen van een lagere vloer of het aanbrengen van een tweede vluchtweg, maar een voorwaarde of uitzonderingsituatie.

    Tenslotte
    Via de Klankbordgroep Gebruiksbesluit houdt VROM de komende periode nauw contact met het veld om eventuele onvolkomenheden in (de toepassing van) het Gebruiksbesluit op te pakken. Mocht blijken dat de definities en voorschriften rondom kamergewijze verhuur problemen opleveren dan zal dit worden meegenomen in de nu lopende wijzigingsronde (Gebruiksbesluit fase 2).

12 berichten aan het bekijken - 1 tot 12 (van in totaal 12)

Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.