Brandpreventieforum Forums Bouw HR- ketel ophangen in algemeen trappenhuis

5 berichten aan het bekijken - 1 tot 5 (van in totaal 5)
  • Auteur
    Berichten
  • arjan wierenga
    Bijdrager
    Post count: 1
    #2268 |

    Goedenavond,

    Wij zijn als installatiebedrijf regelmatig betrokken bij renovatieprojecten waar de collectieve verwarmingsinstallatie worden vervangen door een individuele installatie. Met enige regelmaat krijgen we de vraag of het mogelijk is om de HR ketels te plaatsen in een meterkast welke gesitueerd is in de algemene ruimte van een appartementen complex.

    Een voorbeeld is een complex met 9 etages, per etage een hal waar 3 woningen aan grenzen en de lift in uit komt. Hiernaast is een afgesloten trappenhuis. In deze hal zitten 3 kasten waar wij de hr-ketels willen plaatse. Door alle etage vloeren wordt een sparing geboord waardoor een rookgasafvoer komt tot op het dak.

    Is dit mogelijk? moet ik de kasten van de hr ketels 30 of 60 minuten afwerken? of is het voldoende om alleen de sparingen 30 of 60 minuten brandwerend af te werken?

    Arjan Wierenga

    edwin de bruijn
    Bijdrager
    Post count: 9

    Beste Arjan,

    In principe is dit mogelijk mits je voldoet aan de eisen welke worden gesteld in het Bouwbesluit t.a.v. de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO). Wanneer je de ketels zodanig gaat projecteren zullen deze buiten de schil, van de besloten ruimte waardoor een van brand en rook gevrijwaarde vluchtroute (het vluchttrappenhuis van de appartementen) voert, moeten vallen. Ten eerste omdat de ketels niet zullen voldoen aan de materiaaleisen welke worden gesteld voor een brand- en rookvrije vluchtroute t.a.v. rookontwikkeling en brandvoortplantingsklasse en ten tweede wanneer de ketels bij elkaar opgeteld een nominaal vermogen zullen bezitten van meer dan 130 kW (NB) of 160 kW (BB).

    Concreet houdt dit in dat deze situatie is toegestaan mits je de alle HR ketels bij elkaar in een afzonderlijk brandcompartiment plaatst. De bouwkundige constructie, wanden, deuren en daarbij alle doorvoeringen zullen in dit geval een WBDBO van ten minst 60 minuten moeten bezitten. Eventuele ventilatieopeningen zullen ook moeten worden voorzien van bijvoorbeeld bij brandopschuimende ventilatieroosters, mijn advies zou zijn om te kiezen voor een gesloten systeem HR ketels. De ketels worden dan feitelijk boven elkaar in een bouwkundige schacht met inspectieluik (deur) geprojecteerd met een WBDBO van 60 minuten.

    De bouwkundige constructie en de doorvoeringen naar de appartementen van warmtapwater en cv water zullen tevens moeten worden voorzien van een brandwerend afdichtingsysteem, welke door een gecertificeerd applicateur dient te worden aangebracht.

    Indien in dit geval geen bouwvergunning noodzakelijk is kan van een WBDO van 60 minuten worden afgeweken mits het gaat om een bestaand bouwwerk van voor 2003, in dat geval kan worden volstaan met een WBDBO van ten minste 20 minuten maar wordt geadviseerd om het tussenniveau aan te houden van 30 minuten, conform beleid bestaande bouwwerken van de desbetreffende Gemeente.

    Mocht je nog vragen hebben dan hoor ik het graag.

    Met vriendelijke groeten
    Edwin de Bruijn

    duiveltjeduiveltje
    Bijdrager
    Post count: 417

    Beste edwin,

    Ik snap je reactie, maar volgens mij heb je hier en daar wat over het hoofd gezien in het Bouwbesluit.

    Wanneer je de ketels zodanig gaat projecteren zullen deze buiten de schil, van de besloten ruimte waardoor een van brand en rook gevrijwaarde vluchtroute (het vluchttrappenhuis van de appartementen) voert, moeten vallen. Ten eerste omdat de ketels niet zullen voldoen aan de materiaaleisen welke worden gesteld voor een brand- en rookvrije vluchtroute t.a.v. rookontwikkeling en brandvoortplantingsklasse en ten tweede wanneer de ketels bij elkaar opgeteld een nominaal vermogen zullen bezitten van meer dan 130 kW (NB) of 160 kW (BB).

    Artikel 2.92 binnenoppervlak
    Een heeft aan een zijde die niet grenst aan de buitenlucht, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan de klasse die voor die zijde is aangegeven in tabel 2.91.

    Artikel 2.126 algemeen
    Lid 1.
    Een
    heeft aan een zijde die grenst aan de binnenlucht, een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 10 m-1.
    Lid 2.
    Indien een
    aan een zijde die grenst aan de binnenlucht in een besloten ruimte waardoor een rookvrije vluchtroute voert, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting heeft die voldoet aan klasse 2, maar niet aan klasse 1, heeft dat constructie-onderdeel aan die zijde, in afwijking van het eerste lid, een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 2,2 m-1.
    Lid 3.
    Indien een
    aan een zijde die grenst aan de binnenlucht in een besloten ruimte waardoor een rookvrije vluchtroute voert, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting heeft die voldoet aan klasse 1, heeft dat constructie-onderdeel aan die zijde, in afwijking van het eerste lid, een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m-1.
    Lid 4.
    Indien een
    aan een zijde die grenst aan de binnenlucht in een besloten ruimte waardoor een brand- en rookvrije vluchtroute voert, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting heeft die voldoet aan klasse 2, maar niet aan klasse 1, heeft dat constructie-onderdeel aan die zijde, in afwijking van het eerste lid, een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 2,2 m-1.
    Lid 5.
    Indien een
    aan een zijde die grenst aan de binnenlucht in een besloten ruimte waardoor een brand- en rookvrije vluchtroute voert, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting heeft die voldoet aan klasse 1, heeft dat constructie-onderdeel aan die zijde, in afwijking van het eerste lid, een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m-1.

    Artikel 1.1
    Lid 1.
    bouwconstructie: onderdeel van een bouwwerk dat bestemd is om belasting te dragen

    CV-toestellen dragen geen belastingen en bestaan daarnaast hoofdzakelijk uit metalen onderdelen; ofwel je eerste argument waarom het niet zou kunnen snijdt geen hout

    Artikel 2.104 ligging
    Lid 1.
    Een besloten ruimte ligt in een brandcompartiment. Dit geldt niet voor een toiletruimte, een badruimte, een
    en , vierde en vijfde lid, en een liftschacht die wat betreft de klasse van de brandvoortplanting en de mate van rookproductie voldoet aan de eisen van een brand- en rookvrije vluchtroute.

    Voor de verwarming van 3 appartementen is zelden meer dan 130 kW noodzakelijk, elke verdieping is conform NEN 2580 een afzonderlijke ruimte, ook al bevindt zich geen fysieke scheidingsconstructie tussen beide ruimten (binnen hetzelfde trappenhuis). vanwege plaatsing in de meterkast bevinden de ketels zich overigens zo wie zo al niet in dezelfde ruimte.

    Concreet houdt dit in dat deze situatie is toegestaan mits je de alle HR ketels bij elkaar in een afzonderlijk brandcompartiment plaatst. De bouwkundige constructie, wanden, deuren en daarbij alle doorvoeringen zullen in dit geval een WBDBO van ten minst 60 minuten moeten bezitten. Eventuele ventilatieopeningen zullen ook moeten worden voorzien van bijvoorbeeld bij brandopschuimende ventilatieroosters, mijn advies zou zijn om te kiezen voor een gesloten systeem HR ketels. De ketels worden dan feitelijk boven elkaar in een bouwkundige schacht met inspectieluik (deur) geprojecteerd met een WBDBO van 60 minuten.

    Op basis van genoemde artikelen kom ik tot de volgende conclusie:
    Als door de gemeenschapplijke hal waarin de meterkasten zich bevinden een brand – en rookvrije vluchtroute voert, hoeft alleen de WBDBO van de subbrandcompartimenten (appartementen) naar de hal te worden gerespecteerd, en gelden onderling tussen de meterkasten geen eisen, deze liggen immers gezamenlijk buiten enig brandcompartiment. Vreemd genoeg worden de eisen strenger als er een rookvrije vluchtroute door de hal voert, dan liggen de hallen in brandcompartimenten en liggen er wellicht ook brandcompartimentsscheidingen in de vloeren.

    De bouwkundige constructie en de doorvoeringen naar de appartementen van warmtapwater en cv water zullen tevens moeten worden voorzien van een brandwerend afdichtingsysteem, welke door een gecertificeerd applicateur dient te worden aangebracht.

    Indien in dit geval geen bouwvergunning noodzakelijk is kan van een WBDO van 60 minuten worden afgeweken mits het gaat om een bestaand bouwwerk van voor 2003, in dat geval kan worden volstaan met een WBDBO van ten minste 20 minuten maar wordt geadviseerd om het tussenniveau aan te houden van 30 minuten, conform beleid bestaande bouwwerken van de desbetreffende Gemeente.

    Ook in geval wel een bouwvergunning is vereist, de gemeente ontheffing verlenen op de wbdbo tot het niveau bestaande bouw. Daarnaast zijn ook nog de artikelen 2.106 lid 4 en 2.118 lid 4 van toepassing, waardoor 60 min nooit aan de orde is.

    Mocht je nog vragen hebben dan hoor ik het graag.

    Met vriendelijke groeten
    Edwin de Bruijn

    edwin de bruijn
    Bijdrager
    Post count: 9

    Beste Duiveltje,

    In grote lijnen is je reactie terecht.

    Echter een bouwconstructie is natuurlijk niet altijd een constructie-onderdeel zoals wordt bedoelt in de artikelen t.a.v. de materialisatie van producten m.b.t. de brandvoorplanting en rookklasse. Een houten trapleuning hoeft bijvoorbeeld geen belastingen van een gebouw te dragen, net zoals de afwerklaag van een vloer met bijvoorbeeld tapijt moet voldoen aan de NEN1775.

    Een CV ketel is inderdaad geen constructie-onderdeel en zal hoogst waarschijnlijk wel voldoen aan klasse 2, echter zal het brandgevaar in een brand- en rookvrije vluchtroute altijd moeten worden beperkt artikel 2.9.1 Gebruiksbesluit en vraag ik mij af of de brandweer dit gaat goedkeuren wanneer je de ketels bij je rookvrije vluchtroute betrekt.

    De eis van 30 minuten van een brandcompartiment en een subbrandcompartiment naar een besloten ruimte waardoor een rookvrije vluchtroute voert is correct, alleen zie ik het anders namelijk de eis vanuit het appartement SBC (schil BC) als 60 minuten naar het BC (BC = stookruimte, alle ketels 9 verd. verticaal bij elkaar > 130 kW). Een gemiddelde HR huisketel heeft tenslotte al een nominaal vermogen van circa 40 kW x 9 verd. is dat al snel meer dan 130 kW. De stookruimte (verticaal over 9 verd.) zie ik dus als afzonderlijk BC, en van BC (stook) naar BC (alle woningen bijvoorbeeld per verd.) is in dit geval 60 minuten bij een VG hoger dan 7 meter.

    Voor iedere ketel afzonderlijk is dit natuurlijk een zware eis maar zoals Arjen schrijft krijgen de ketels een gezamenlijke rookgasafvoer en zie ik de ketels bij elkaar als 1 installatie.

    edwin de bruijn
    Bijdrager
    Post count: 9

    Uh daarbij is het niet toegestaan op basis van artikel 4.88 lid 3 een stooktoestel te plaatsen in een ruimte waardoor een brand- en rookvrije vluchtroute voert. Voorts zegt de toelichting dat het niet is toegestaan (om obstakels te voorkomen) om de opstelplaats te situeren in een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert.

    Kortom het lijkt mij beter om de CV ketels gewoon in de afzonderlijke woningen te plaatsen.

5 berichten aan het bekijken - 1 tot 5 (van in totaal 5)

Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.