Brandpreventieforum Forums Brandmeldinstallatie en Ontruimingsinstallatie Gelijkwaardigheid DECT ontruiming

9 berichten aan het bekijken - 1 tot 9 (van in totaal 9)
  • Auteur
    Berichten
  • louis van wijk
    Moderator
    Post count: 822
    #1295 |

    Heeft er iemand een mening over deze "gelijkwaardigheidsrichtlijn" ? Kan het zelf niet helemaal op zijn waarde inschatten.
    Heb het niet zelf verzonnen, maar ben benieuwd wat het brede publiek op dit forum ervan vindt.

    Gelijkwaardige oplossing toepassing DECT (Digital Enhanced Cordless Telecommunications) systeem als ontruimingsinstallatie.

    Inleiding
    Bij zowel het vervangen van brandmeld- en ontruimingsalarminstallaties in gebouwen worden we in steeds meerdere mate geconfronteerd met het verzoek de ontruimingsalarminstallatie te mogen uitvoeren als DECT installatie (installatie voor draadloos signaal overdracht). Vooral in de gezondheidszorg sector wordt er gebruik gemaakt van DECT systemen voor het individueel oproepen van personeelsleden. Een voor de gebruiker logische uitbreiding van dit systeem is het via een groepsoproep alarmeren van de bij een brandmelding te waarschuwen personen, b.v. de bedrijfshulpverleningsorganisatie. Het via een PZI- DECT (stil) oproepen van personeel heeft voordelen boven het geven van een luidalarm door middel van de in de NEN 2575 genoemde slow- whoop. De geldende NEN 2575 geeft echter niet de mogelijkheid het DECT systeem toe te passen.

    Oplossing
    Voor het toepassen van een DECT systeem zal er gelijkwaardigheid aangetoond moeten worden aan de in de NEN 2575 genoemde PZI (personen zoekinstallatie). Deze gelijkwaardigheid is aangetoond als voldaan is aan de onderstaande aanvullende voorwaarden en technische voorzieningen.
    Afhankelijk van het aantal alarmontvangers in de installatie in een organisatie bestaat er voor de overheid de mogelijkheid aanvullende nadere eisen met betrekking tot de ontruimingsalarmering te stellen. Deze richtlijn is van toepassing tot het moment, dat de noodzakelijke normering en/of regelgeving voor DECT systemen voorhanden is.

    Voorwaarden voor ontruimingsinstallatie + DECT- systeem
    De ontruimingsalarminstallatie + DECT- systeem met PZI- functie moet worden aangelegd en goedgekeurd aan de hand van een, vooraf in overleg met de brandweer, opgesteld programma van eisen. Afwijkingen in de installatie van de NEN 2575 moeten op een gelijkwaardige wijze worden ondervangen en moeten in het PvE worden vastgelegd. Hierbij moeten de onderstaande voorwaarden in acht worden genomen:
    • Alle componenten van de installatie moeten onderling verbonden zijn door middel van bekabeling met een functiebehoud van ten minste 30 minuten (F30)(zie figuur in de NEN 2575);
    • Alle componenten, de meldbank (DECT + centrale), de telefooncentrale en de relaisstations moeten zijn aangesloten op een voorziening voor noodstroom;
    • De bedrijfsperiode van de noodstroomvoorziening moet minimaal 12 uur bedragen;
    • In deze periode moet de installatie gedurende ten minste 30 minuten in alarmtoestand kunnen verkeren;
    • De maximale transmissietijd van alarmmeldingen mag 60 seconden zijn. Storingen in de installatie moeten central worden gesignaleerd en worden doorgemeld naar een 24-uurs bezette gecertificeerde storingsmeldpost;
    • Bij uitval van de meldbank moet te allen tijde via een directe verbinding tussen de telefooncentrale en de brandmeldcentrale, de stuurfunctie geactiveerd worden;
    • Uitval van een zender (relaisstation) moet gecompenseerd worden door het dekkingsgebied van meerdere zenders (relaisstations). Een alarmontvanger moet ten minste door twee zenders aangestuurd kunnen worden. Door middel van een meetrapport moet dit aangetoond worden;
    • De installatie moet zijn voorzien van een uitvalbewakingssysteem. Indien een DECT + toestel defect raakt, buiten bereik van de zenders komt of wordt uitgeschakeld moet dit gedetecteerd en doorgemeld worden aan de eerder genoemde storingsmeldpost;
    • De handsets moeten zijn voorzien van een PZI- gedeelte waarbij te allen tijde voorrang gegeven wordt aan de brandalarmfunctie. Op geen enkele wijze mag deze functie uitgezet kunnen worden of op een andere wijze handmatig ontregeld kunnen worden. Bij het ontvangen van een alarmbericht moet zowel een akoestisch als een trilsignaal worden gegeven waarvan het volume niet kan worden beïnvloed;
    • Afhankelijk van de interne alarmorganisatie bestaat de mogelijkheid om via de meldbank een externe alarmering te doen uitgang via een opgeleid persoon of een afdeling ‘technische dienst’;
    • Het beheer, de controle en het onderhoud van de ontruimingsalarminstallatie moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de NEN 2654-2.
    • De installatie moet aangelegd en gecontroleerd worden door een NCP erkend installatiebedrijf waarbij aangetoond moet worden dat alle toegepaste componenten en de bekabeling voldoen aan het gestelde in de NEN 2575. Een opleveringsrapport en een installatieattest moeten aan de gemeente overlegd worden.

    kruislijst
    Participant
    Post count: 1128

    • De installatie moet zijn voorzien van een uitvalbewakingssysteem. Indien een DECT + toestel defect raakt, buiten bereik van de zenders komt of wordt uitgeschakeld moet dit gedetecteerd en doorgemeld worden aan de eerder genoemde storingsmeldpost;

    Dit is de techniek. Ook handig om vast te leggen wat er met deze melding moet gebeuren!

    DECT wordt veelvuldig toegepast, misschien moet de markt samen een voorstel voor wijziging van de norm doen.

    Ik vindt bovenstaande punten een stap in de goede richting.

    johan
    Participant
    Post count: 621

    Ben het er zeker mee eens dat op basis van bovenstaande punten een stap in de goede richting wordt gemaakt. In mijn beleving is het altijd wel goed om de spullen die dagelijks gebruikt worden in te zetten voor dingen zoals ontruimingssignalering. In dit geval zijn het de dect telefoons , het grote voordeel is dat mensen door het gebruik weten hoe het systeem werkt en als er een storing in het systeem zit wordt het daardoor normaal gesproken ook meteen opgelost.

    palmpie
    Participant
    Post count: 1222

    (…)

    • De bedrijfsperiode van de noodstroomvoorziening moet minimaal 12 uur bedragen;

    Volgens het gebruiksbesluit 2.2.1 lid 6 moet de installatie ook voldoen aan NEN2535. Bovenstaande voldoet niet aan artikel 6.5 van NEN2535. Bij de NEN2575 staat inderdaad 12 uur maar in de NEN2535 staat 72 uur.

    (…)
    • Uitval van een zender (relaisstation) moet gecompenseerd worden door het dekkingsgebied van meerdere zenders (relaisstations). Een alarmontvanger moet ten minste door twee zenders aangestuurd kunnen worden. Door middel van een meetrapport moet dit aangetoond worden;

    Zit er geen storingsindicatie op een zender? Zender defect dan een storingsmelding.

    • De installatie moet zijn voorzien van een uitvalbewakingssysteem. Indien een DECT + toestel defect raakt, buiten bereik van de zenders komt of wordt uitgeschakeld moet dit gedetecteerd en doorgemeld worden aan de eerder genoemde storingsmeldpost;

    Als je dit eist dan gaat binnen de kortste keren niemand meer reageren op storingsmeldingen. Misschien dat je dan beter een bericht kan geven naar alle andere dect toestellen dat toestel xx niet meer actief is, en deze melding elke half uur, , herhaald. Sociale controle werkt beter :wink: . Wel misschien op de centrale de mogelijkheid bieden dat de opgeleid persoon een telefoon kan toevoegen of verwijderen.

    • De handsets moeten zijn voorzien van een PZI- gedeelte waarbij te allen tijde voorrang gegeven wordt aan de brandalarmfunctie. Op geen enkele wijze mag deze functie uitgezet kunnen worden of op een andere wijze handmatig ontregeld kunnen worden. Bij het ontvangen van een alarmbericht moet zowel een akoestisch als een trilsignaal worden gegeven waarvan het volume niet kan worden beïnvloed;

    Belangrijk is ook dat de melding in het scherm blijft staan. Pas geleden gehoord dat de melding op het scherm kwam en een seconde later weer weg was… :?

    Laat het toestel piepen totdat de melding door de persoon bevestigd is (bijv door een toetscombinatie 123 in te drukken) en pas na bevestiging het bericht laten verdwijnen.

    ruud van liempd
    Participant
    Post count: 189

    even een oud topic weer naar boven halen. In mijn gemeente zijn een aantal zorginstellingen die hun dect installatie gebruiken als PZI. Nu is de bekabeling naar de steunzenders toe uitgevoerd met normale bekabeling i.p.v. functiebehoud bekabeling.

    Ik ben een risicoinschatting aan het maken voor deze afwijking. Wat is de kans dat de melding niet aankomt op een of meerdere dect toestellen omdat de bekabeling niet functiebehoud is uitgevoerd en wat is dan het gevolg hiervan (de brandwerende deuren vallen eerder dicht dan dat het bericht op de dect toestellen komen).

    Wat is de kans dat er geen communicatie mogelijk is in een deel van het gebouw als gevolg van het uitvallen van een van de steunzenders. De bhv’ers gebruiken de dect toestellen ook voor communicatie onderling tijdens een ontruiming.

    De telefooncentrale is wel voorzien van een noodstroom voorziening.

    Mijn eerste gedacht is dat de kans relatief laag is dat de melding niet binnen komt op de dect toestellen ook in combinatie met volledige detectie (snelle detectie brand) die er hangt. De kans dat een steunzender uitvalt tijdens de ontruiming is iets groter, of het gevolg ook zo groot is betwijfel ik (al is communicatie wel essentieel tijdens een ontruiming).

    Hoe schatten jullie kans en gevolg in?

    palmpie
    Participant
    Post count: 1222

    Pas geleden nog meegemaakt dat een PZI oproep op een DECT weggedrukt, en niet meer te achterhalen was, door een inkomend telefoontje…. :roll: :roll:

    j vroon
    Participant
    Post count: 89

    Laten we even vaststellen dat de DECT leveranciers alle mogelijke moeite doen om hun product als gelijkwaardig en zelfs beter neer te zetten ten opzichte van de PZI installaties. Bij beide systemen gaat het om een installatie met draadloze ontvangers die uitsluitend binnen een korte straal rond een bouwwerk functioneren.
    In hoeverre een DECT installatie toegevoegde waarde heeft is in dat opzicht niet aan ons om te bepalen.

    Maar nu komt het, als men gelijkwaardig of zelfs beter wil zijn ten opzichte van een PZI installatie, (men beweerd immers dezelfde functionaliteit te hebben), dan zal men minimaal aan dezelfde voorwaarden moeten voldoen als een PZI installatie in bijzondere omstandigheden. En dat is bij het gebruik als "stil alarm" nu eenmaal het geval.

    Leveranciers van DECT systemen hebben hiermee voor zichzelf de verplichting in het leven geroepen te moeten voldoen aan alle voorwaarden, zoals die gelden voor PZI installaties, uit de NEN2575.

    Bovendien wordt zowel bij de type A installatie als bij de PZI installatie gesproken over het "redundant" zijn van diverse installatie onderdelen. met andere woorden men moet zekerheden inbouwen om uitval te voorkomen.

    Bij het voorbeeld van Palmpje over het weggedrukte bericht kan men stellen dat de leverancier ernstig tekort schiet omdat een BMI alarm altijd de hoogste prioriteit moet hebben en onderscheiden moet kunnen worden ten aanzien van andere oproepen. (artikel 12.7.1)

    gert jan van asperen
    Participant
    Post count: 4

    Beste schrijvers,

    Is met het verschijnen van de "nieuwe NEN2575" al duidelijkheid over het toepassen van Dect?
    Krijg toevallig net weer een vraag over functiebehoud e.d.

    Groet Gert-Jan

    –kruisje–
    Participant
    Post count: 665

    Krijg toevallig net weer een vraag over functiebehoud e.d.

    Wat is je vraag? wat is het verschil tussen FB met PZI met pagers en PZI over DECT?

9 berichten aan het bekijken - 1 tot 9 (van in totaal 9)

Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.