Brandpreventieforum Forums De Koffiehoek gelbranders

9 berichten aan het bekijken - 1 tot 9 (van in totaal 9)
  • Auteur
    Berichten
  • paulbhv
    Bijdrager
    Post count: 10
    #1297 |

    Heeft er iemand ervaring met gelbranders ze gaan een rechaud bij een evenement gebruiken
    zijn hier richtlijnen voor ? :brwman:

    jarnold ter meer
    Bijdrager
    Post count: 252

    Het Gebruiksbesluit zegt hier iets over. Indien het evenement zich in een gebouw bevindt kun je de regels vinden in artikel 2.1.4. Maar het Gebruiksbesluit heeft ook een kapstokartikel waar in z’n algmeenheid iets staat over een brandveilige situatie. Dit is terug te vinden in artikel 2.9.1.

    Artikel 2.1.4 Brandveiligheid stands, kramen, schappen, podia en andere inrichtingselementen
    1. In een voor publiek toegankelijke ruimte opgestelde stands, kramen, schappen, podia en andere inrichtingselementen zijn brandveilig.
    2. Aan het in het eerste lid gestelde is voldaan indien een naar de lucht toegekeerd onderdeel van het inrichtingselement:

      a. onbrandbaar is, bepaald volgens NEN 6064: 1991, inclusief
      wijzigingsblad A2: 2001;
      b. een dikte heeft van ten minste 3,5 mm, en voldoet aan klasse 4 als
      bedoeld in NEN 6065: 1991, inclusief wijzigingsblad A1: 1997, of
      c. een dikte heeft van minder dan 3,5 mm en over de volle oppervlakte
      is verlijmd met een onderdeel als bedoeld onder b.[/list:u]

      Artikel 2.9.1 Voorkomen van belemmeringen en hinder
      Onverminderd het bij of krachtens dit besluit bepaalde is het verboden in, op, aan of nabij een bouwwerk voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, werktuigen, middelen of voorzieningen te gebruiken of niet te gebruiken of anderszins belemmeringen op te werpen of hinder te veroorzaken waardoor:

      a. brandgevaar wordt veroorzaakt;
      b. melding van, alarmering bij of bestrijding van brand wordt
      belemmerd;
      c. het gebruik van vluchtmogelijkheden bij brand wordt belemmerd, of
      d. het redden van personen of dieren bij brand wordt belemmerd.[/list:u]
    jano
    Bijdrager
    Post count: 222

    Zie ook het onderstaande artikel van het besluit brandveilig gebruik bouwwerken. Zie met name lid 4 en ook de toelichting daarop. De of het rechaud wordt daar met naam en toenaam genoemd

    Artikel 2.1.1 Toestellen en installaties
    1. Een voorziening voor elektriciteit als bedoeld in afdeling 2.7 van het
    Bouwbesluit 2003 wordt niet gebruikt op een wijze die gevaar oplevert
    voor het ontstaan van brand.
    2. In een ruimte waarin een of meer verbrandingstoestellen met een
    totale nominale belasting van meer dan 130 kW aanwezig zijn of een
    gemeenschappelijk stook- of warmwatertoestel aanwezig is zijn geen
    brandbare goederen opgeslagen of opgesteld.
    3. Een opening ten behoeve van de toevoer van verbrandingslucht of de
    afvoer van rook is niet afgesloten tijdens het gebruik van een daarop
    aangewezen verbrandingstoestel.
    4. Een verbrandings- of verwarmingsinstallatie wordt niet gebruikt
    indien de installatie, de opstelling of het gebruik daarvan gevaar oplevert
    voor het ontstaan van brand. Bij een verbrandingsinstallatie is dat gevaar
    niet aanwezig indien de installatie, de opstelling en het gebruik daarvan
    voldoen aan de brandveiligheidsvoorschriften van NEN 3028: 2004.
    5. Een voorziening voor de afvoer van rook wordt uitsluitend gebruikt
    indien die voorziening:
    a. doeltreffend is gereinigd;
    b. na brand voldoende is gereinigd en hersteld;
    c. bij gebruik geen gevaar voor de veiligheid van personen oplevert.

    Toelichting;

    Artikel 2.1.1 Toestellen en installaties
    In dit artikel worden voorschriften gegeven voor brandveilig gebruik
    van toestellen en installaties. In een aantal gevallen zijn de voorschriften
    gegeven voor installaties. Dergelijke voorschriften gelden dus zowel voor
    de installatie als geheel, als voor een toestel of een ander onderdeel van
    de installatie. Een aantal andere voorschriften richt zich uitsluitend op
    toestellen en niet op de gehele installatie. Dit kan het geval zijn omdat de
    andere installatieonderdelen bouwkundige voorzieningen zijn waarop het
    Bouwbesluit 2003 reeds van toepassing is.
    In het eerste lid is bepaald dat een elektriciteitsvoorziening als bedoeld
    in afdeling 2.7 van het Bouwbesluit 2003 zo moet worden gebruikt dat er
    geen gevaar kan ontstaan voor het ontstaan van brand. In het
    Bouwbesluit 2003 zijn de eisen aan de installatie zelf gesteld. Het gaat dan
    om bijvoorbeeld de vaste stopcontacten, kabels, lichtschakelaars en
    lichtpunten. Verlengsnoeren en aansluitsnoeren van elektrische
    apparatuur behoren niet tot de in het Bouwbesluit 2003 geregelde
    elektriciteitsvoorziening.
    De veiligheid van in de handel gebrachte elektrische apparatuur,
    snoeren en verlichtingsornamenten is geregeld in de Warenwet. Het veilig
    gebruik van dergelijke zaken en van niet in de handel gebrachte
    (onveilige) apparatuur onttrekt zich in het algemeen aan de beoordeling,
    maar kan in het concrete geval zonodig met behulp van het «vangnetartikel
    » (artikel 2.9.1) worden afgedwongen.
    Het tweede lid bepaalt dat in een stookruimte geen brandbare goederen
    mogen zijn opgeslagen of opgesteld. Onder stookruimte wordt in dit
    verband verstaan een ruimte waarin een of meer verbrandingstoestellen
    met een totale nominale belasting van meer dan 130 kW aanwezig zijn of
    een ruimte met een gemeenschappelijk stook- of warmwatertoestel (zoals
    boiler of geiser), ongeacht de nominale belasting.
    Het derde lid bepaalt dat een opening voor de toevoer van
    verbrandingslucht of de afvoer van rook tijdens het gebruik van het
    stooktoestel niet afgesloten mag zijn. Op deze wijze wordt een brandgevaarlijke
    situatie voorkomen. Bovendien wordt hiermee koolmonoxidevergiftiging
    als gevolg van een slechte toevoer van verbrandingslucht of
    onvoldoende afvoer van rookgassen voorkomen. In het Bouwbesluit 2003
    is geregeld dat een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht
    niet afsluitbaar mag zijn. In dit lid is geregeld dat de opening tijdens het
    gebruik ook niet door een niet-bouwkundige voorziening, zoals dichtplakken,
    mag zijn afgesloten.
    In het vierde lid is bepaald dat een verbrandings- of verwarmingsinstallatie
    (of een onderdeel daarvan zoals een verbrandings- of verwarmingstoestel)
    niet mag worden gebruikt indien die installatie, de opstelling of
    het gebruik daarvan gevaar oplevert voor het ontstaan van brand. Onder
    een verwarmingstoestel wordt bijvoorbeeld ook een elektrische radiator
    en een elektrisch kookplaatje of een rechaud begrepen. Hiermee is het
    begrip verwarmingstoestel in dit besluit breder dan in het Bouwbesluit
    2003, waar onder verwarmingstoestel uitsluitend een toestel voor
    ruimteverwarming wordt begrepen.
    De tweede volzin van het vierde lid bepaalt dat een verbrandingsinstallatie,
    dus ook een verbrandingstoestel, geacht wordt veilig te zijn
    indien de installatie, de opstelling en het gebruik daarvan voldoen aan de
    brandveiligheidsvoorschriften uit NEN 3028: 2004. Ook het voorschrift van
    het vierde lid moet worden gelezen naast de voorschriften die het
    Bouwbesluit 2003 aan de elektriciteits- en gasvoorziening stelt.
    Bij gebruik van een verbrandings- of verwarmingsinstallatie moet het
    gebied rond het toestel en andere installatieonderdelen waar een hogere
    temperatuur kan optreden worden vrijgehouden van brandbare goederen
    en brandgevaarlijke stoffen. Zo nodig dienen zodanige maatregelen te
    worden getroffen, bijvoorbeeld door het verplaatsen van het toestel of het
    treffen van isolerende maatregelen, dat die goederen en stoffen in de
    buurt van dat toestel niet hun verbrandingstemperatuur kunnen bereiken.
    Over het algemeen zal er geen sprake zijn van een gevaarlijke situatie
    indien die goederen of stoffen niet warmer kunnen worden dan 90 °C of
    onbrandbaar zijn conform NEN 6064: 1991, inclusief wijzigingsblad A2:
    2001.
    Het vijfde lid stelt eisen aan de voorziening voor de afvoer van rook,
    zoals een schoorsteen of afvoerkanaal:
    a. een voorziening moet doeltreffend zijn gereinigd. Dit is voor een
    stooktoestel in het algemeen het geval indien de schoorsteen afhankelijk
    van het gebruik eenmaal per jaar wordt geïnspecteerd en geveegd;
    b. een voorziening voor de afvoer van rookgassen waarin brand heeft
    gewoed, moet eerst gereinigd en zo nodig hersteld zijn alvorens de
    voorziening weer mag worden gebruikt;
    c. verder mag de voorziening bij gebruik geen gevaar voor de veiligheid
    van personen opleveren, bijvoorbeeld door lekkage van rookgas,
    warmteontwikkeling of andere gebreken. Hiervoor is het belangrijk dat de
    schoorsteen regelmatig wordt gereinigd en geconstateerde gebreken
    adequaat worden hersteld, zie ook onderdeel a.

    palmpie
    Bijdrager
    Post count: 1222

    Maar WAT vind je of is er nu gevaarlijk aan? :?:

    jarnold ter meer
    Bijdrager
    Post count: 252

    Als er geen brandbare stoffen of materialen in de buurt van de rechaud zijn en er voldoende voorzorgsmaatregelen zijn genomen, lijkt me het geen enkel probleem.

    paulbhv
    Bijdrager
    Post count: 10

    er wordt gesproken over nen 3028 kan iemand mij daar iets meer over zeggen

    jano
    Bijdrager
    Post count: 222

    de NEN 3028 "Eisen voor verbrandingsinstallaties" gaat met name over CV installaties

    paulbhv
    Bijdrager
    Post count: 10

    dacht ik al , ik moet wat roepen over de bewuste vuurpotten gelbranders heb toch geconstateerd dat het ook al wordt het gebruikt bij een rechaud als dit netjes op tafels wordt geplaatst met de tafels netjes aangekleed er een bron van open vuur is men wil dat ik duidelijkheid breng en daar ben ik naar zoekende

    gr

    palmpie
    Bijdrager
    Post count: 1222
9 berichten aan het bekijken - 1 tot 9 (van in totaal 9)

Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.