Brandpreventieforum Forums Rekenen aan brandveiligheid Discrepantie tussen NEN6068 bijlage D en PGS-2

6 berichten aan het bekijken - 1 tot 6 (van in totaal 6)
  • Auteur
    Berichten
  • Joachim BolteJoachim Bolte
    Moderator
    Post count: 2268
    #728 |

    Op de site http://www.bouwbesluit.nl trof ik een uitleg aan over het gebruik van bijlage D van de NEN 6068. Hiermee kan een indicatie worden verkregen over de optredende straling bij brand voor een bezweken industriegevel.

    Ik heb de berekening uit dat stuk aan die in de NEN gechecked, en ze komen overeen qua uitkomst. Nu lees ik in de NEN echter ook dat deze methode gebaseerd zou zijn op de CPR-14 (tegenwoordig de PGS-2). Ik heb beide berekeningen, en die uit de Methode Beheersbaarheid 2006, naast elkaar gezet in een rekensheet, en er viel mij het volgende op.

    Op basis van dezelfde gegevens komen de uitkomsten van PGS en MBvB aardig overeen. De bijlage D methode echter geeft uitkomsten die vele malen lager liggen (tot 2x) dan die anderen. Dit zou praktisch inhouden dat er met deze methode kan worden afgezien van maatregelen welke naar aanleiding van een berekening aan de hand van de PGS wel vereist zouden zijn. Wanneer bijlage D op de PGS gebaseerd zou zijn, lijkt mij dit niet mogelijk.

    Mijn vermoeden: In de PGS wordt met de volledige hoogte van de gevel gerekend, maar er wordt verondersteld dat er een rookgordijn aanwezig is dat een groot gedeelte van de straling ‘afvangt’. Hierdoor wordt de bronstraling teruggebracht naar 45 kW/m2. De ‘bijlage D’ methode gaat uit van een kwart van de gevelhoogte, maar rekent gelijktijdig met een gereduceerde bronstraling van 45 kW/m2. Hierdoor ontstaat een dubbeling.

    Waarschijnlijke oplossing: In de bijlage D methode dient of de halve hoogte van de gevel te worden aangehouden (wat de berekening effectief dezelfde maakt als die in de MBvB), of de originele brand-bronstraling van ca. 100 kW moet worden gebruikt. Door dit laatste te doen zou de methode beter aansluiten op die uit de PGS-2. De uitkomsten zullen beide gevallen beter in verhouding staan tot die uit de tegen-berekeningen

    Hoe zien jullie dit? Ik heb de vraag eveneens aan het NNI en aan Van Overveld voorgelegd…

    palmpie
    Bijdrager
    Post count: 1222

    Ik zou hem ook eens voorleggen aan de club van Nico Scholten… :wink: http://www.bouwregelwerk.org/

    Joachim BolteJoachim Bolte
    Moderator
    Post count: 2268

    Ik zou hem ook eens voorleggen aan de club van Nico Scholten… :wink: http://www.bouwregelwerk.org/

    Ik kijk wel uit, weet je wat dat kost?! :shock: En daarnaast, wat heb je aan dat soort uitspraken, wanneer je ziet hoe de standpunten van die club in een rechtszaak verdedigd worden… :twisted:

    Maar het staat jou natuurlijk vrij de vraag voor te leggen wanneer je dat wilt. En het staat Scholten & Co. ook vrij om op dit forum te reageren, natuurlijk. :D :D

    J.

    Joachim BolteJoachim Bolte
    Moderator
    Post count: 2268

    UPDATE:

    :lol:

    Dhr. Van Overveld had op de frontpage van zijn site een voorbeeldberekening staan vanuit de NEN6068 bijlage D, die is er nu afgehaald en wat dieper weggestopt in de site…. zou ik twijfel gezaaid hebben?

    Nog geen reactie teruggehad van het NNI… we wachten af.

    –kruisje–
    Bijdrager
    Post count: 665

    Ik heb de berekening uit dat stuk aan die in de NEN gechecked, en ze komen overeen qua uitkomst. Nu lees ik in de NEN echter ook dat deze methode gebaseerd zou zijn op de CPR-14 (tegenwoordig de PGS-2). Ik heb beide berekeningen, en die uit de Methode Beheersbaarheid 2006, naast elkaar gezet in een rekensheet, en er viel mij het volgende op.

    klopt zit idd verschil tussen, leuk he

    Op basis van dezelfde gegevens komen de uitkomsten van PGS en MBvB aardig overeen. De bijlage D methode echter geeft uitkomsten die vele malen lager liggen (tot 2x) dan die anderen. Dit zou praktisch inhouden dat er met deze methode kan worden afgezien van maatregelen welke naar aanleiding van een berekening aan de hand van de PGS wel vereist zouden zijn. Wanneer bijlage D op de PGS gebaseerd zou zijn, lijkt mij dit niet mogelijk.

    Hier zit je er toch naast.

    In de PGS zijn diverse methodes beschreven om op basis van een stralend vlak de invallende straling te berekeken in een punt. In de NEN 6068 is dit uitgewerkt naar een rekenmethode bedoelt voor stralende vlakken bij een industrie functie. De pGS is niet speciefiek bedoelt voor een brandend industie gebouw.

    Mijn vermoeden: In de PGS wordt met de volledige hoogte van de gevel gerekend, maar er wordt verondersteld dat er een rookgordijn aanwezig is dat een groot gedeelte van de straling ‘afvangt’. Hierdoor wordt de bronstraling teruggebracht naar 45 kW/m2. De ‘bijlage D’ methode gaat uit van een kwart van de gevelhoogte, maar rekent gelijktijdig met een gereduceerde bronstraling van 45 kW/m2. Hierdoor ontstaat een dubbeling.

    Waarschijnlijke oplossing: In de bijlage D methode dient of de halve hoogte van de gevel te worden aangehouden (wat de berekening effectief dezelfde maakt als die in de MBvB), of de originele brand-bronstraling van ca. 100 kW moet worden gebruikt. Door dit laatste te doen zou de methode beter aansluiten op die uit de PGS-2. De uitkomsten zullen beide gevallen beter in verhouding staan tot die uit de tegen-berekeningen

    Het verschil zit in de afmeting van het stralend vlak en de ligging van het observatie punt. De NEN 6068 gaat uit van de halve gevelhoogte als stralend vlak. BVB gaat uit van de gehele gevel als stralend vlak.

    Even een snel voorbeeld :
    Gevel:
    breedte 40 meter;
    hoogte 6 meter;

    NEN 6068: bijlage D
    Warmtestralingsflux 8.77 kw/m2

    Methode BVB 1995:
    Warmtestralingsflux 14.78 kw/m2

    Methode BVB 2007:
    Warmtestralingsflux 16.6 kw/m2

    de PGS beschrijft een rekenmethodiek en niet de uitgangspunten. De NEN 6068 is wetgeving voor gebouwen met een industie functie die passen binnen het bouwbesluit. Het is alleen jammer dat er voor BVB hier geen aansluiting bij gezocht is.

    Joachim BolteJoachim Bolte
    Moderator
    Post count: 2268

    Is ook waar dat je in de PGS geen model voorgeschreven krijgt, alleen een methode, maar dan nog is het vreemd dat de MBvB met een ander scenario rekent dan de NEN6068.

    Het worst-case scenario waarvan wordt uitgegaan is een volledig bezweken industriegevel. Om niet de daadwerkelijke vlameigenschappen te hoeven uitrekenen gaat dit scenario ervan uit dat de volledige gevel een verticaal stralend lichaam is. Beide methodes corrigeren de bronstraling tot 45 kW/m2, dus je mag aannemen dat er met afgevangen straling en atmosferische absorbtie in beide al rekening gehouden is.

    Waarom neemt de MBvB dan de gehele gevel als stralend vlak, en bijlage D maar de halve gevel? Is er uberhaupt zoiets als een ‘half bezweken gevel’?

6 berichten aan het bekijken - 1 tot 6 (van in totaal 6)

Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.