De gelijkwaardigheidbepalingen van het Bouwbesluit sturen uiteraard geen normen aan. Natuurlijk is het aan B&W om te bepalen of iets gelijkwaardig is en ze kunnen daarbij voorwaarden stellen. Maar wordt er niet een bepaalde norm of regeling aangestuurd vanuit enige wet?
In artikel 10, bijlage 3, van de Bouwverordening wordt gesteld wordt dat er te allen tijde een certificaat moet kunnen worden overlegd. Hier worden enkel eisen gesteld aan de inspectie-instelling (type A, volgens EN 45004). Daarnaast hebbeen deze certificaten betrekking op het gebruik/onderhoud.
Engeltje schreef eens:
De manier van certificeren en het opstellen van ontwerp- en beheersdocumenten wordt aangegeven door de certificerende instantie, in dit geval het CCV. Deze hebben een convenant gesloten met het britse LPCB.
Maar waarom zou een andere certificerende instantie niet geaccepteerd kunnen worden (waar is dit op te toetsen?).
We hebben uiteraard de VAS, zoals ook bij de documentatie op het forum te vinden (maar is deze niet verouderd?). Daarnaast is er de NEN-EN 12845:2004 en. Ook is er de NFPA 13 Standard for the Installation of Sprinkler Systems 2002 Edition. Deze Amerikaanse norm wordt gebruikt in de plaats van de NEN-EN12845. In tegenstelling met de Europese regels bevat de NFPA 13 geen gedetailleerde bepalingen over de watervoorzieningen, maar verwijst door de NFPA 20 (pompen) of NFPA 22 (waterreservoirs en netwerken).
Als ik dus een sprinklerinstallatie wil goedkeuren (als B&W zijnde), moet hij wel volgens vooraf vastgestelde uitgangspunten worden aangelegd (en onderhouden). Maar hoe kan ik dit omschrijven? Welke normen zijn wel goed, welke niet. Welk bedrijf levert goed werk, welke niet? Wat is een goed certificaat, wat niet?


