Voor een scheepshal met zeer forse afmetingen wordt gebruik gemaakt van afdeling 2.22 om het brandcompartiment te kunnen vergroten. dit wordt gemotiveerd ten aanzien van de aspecten inrichting, ontvluchting en brandbestrijding. Een belangrijk gegeven is dat de loopafstanden dusdanig lang zijn dat er een rookvrije vluchtroute (rookvrije hoogte van 2,3) noodzakelijk is. Uitgangspunt is dat de hal een grote buffercapaciteit voor rook heeft en met een vultijdenbenadering kan worden aangetoond dat een langere vluchttijd verantwoord is.
Om warmte en rook te kunnen afvoeren en een binnenaanval te vereenvoudigen is de wens een RWA-installatie toe te passen. Belangrijk item is echter dat de boten zodanig zijn afgewerkt dat er sprake is van een zeer grote vuurlast die echter niet inzichtelijk kan worden gemaakt.
Hoe kan dit verder beargumenteerd worden, is er een worst-cas scenario aan te houden voor bepaling RWA-installatie?


