Het gebruiksbesluit zegt in Artikel 2.3.9. Rookbeheersingssystemen het volgende (citaat):
" Een bij of krachtens de wet voorgeschreven rook- en warmteafvoerinstallatie of ander rookbeheersingssysteem is voorzien van een geldig door burgemeester en wethouders aanvaard document waaruit blijkt dat deze voorziening adequaat functioneert, wordt onderhouden en gecontroleerd."
Op de site van het CCV staan een tweetal documenten die hierover handelen:
1) Concept richtlijn uitgangspuntendocumenten van 19 december 2009
2) Ontwerp inspectieschema rookbeheersingsinstallaties.
Onderstaand een opsomming van de (evt) van toepassing zijnde voorschriften (overgenomen uit NEN2654-3):
2 Normatieve verwijzingen
De volgende documenten waarnaar is verwezen zijn onmisbaar voor de toepassing van dit document. Bij gedateerde verwijzingen is alleen de aangehaalde versie van toepassing. Bij ongedateerde verwijzingen is de laatste versie van het document (met inbegrip van wijzigingsbladen) waarnaar is verwezen van toepassing.
NEN 1010:2005 Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties (complete versie)
NEN 2535:1996
NEN 2535:1996/A1:2002 Brandveiligheid van gebouwen – Brandmeldinstallaties – Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen
NEN 3140:1998 Bedrijfsvoering van elektrische installaties – Aanvullende Nederlandse bepalingen voor laagspanningsinstallaties
NEN 6092:1995 Brandveiligheid van gebouwen – Eisen en bepalingsmethode voor overdrukinstallaties in trappenhuizen
NEN 6093:1995
NEN 6093:1995/A1:2004 Brandveiligheid van gebouwen – Beoordelingsmethode van rook- enwarmteafvoerinstallaties
NPR 6095-1:2005 Rookbeheersingsystementen – Deel 1: Richtlijnen voor het ontwerpen en installeren van RWA-installaties
NPR 6095-2:2005 Rookbeheersingsystementen – Deel 2: Richtlijnen voor het ontwerpen en installeren van overdrukinstallaties
NPR-CR 12101-5:2000 Installaties voor rook- en warmtebeheersing – Deel 5: Richtlijnen voor ontwerp en berekening van rook- en warmte-afvoerinstallaties
NEN-EN 54-1:1996 Automatische brandmeldinstallaties – Deel 1: Inleiding
NEN-EN 54-2:1999 Automatische brandmeldinstallaties – Deel 2: Brandmeldcentrale (inclusief correctieblad)
NEN-EN 1366-2:1999
NEN-EN 1366-2:1999/C1:2001 Bepaling van de brandwerendheid van installaties – Deel 2:
BrandkleppenNEN-EN 1366-8:2005 Bepaling van de brandwerendheid van installaties – Deel 8: Rookafvoerkanalen
NEN-EN 12101-1:2005 Installaties voor rook- en warmtebeheersing – Deel 1: Specificatie voor rookgordijnen
NEN-EN 12101-2:2003 Installaties voor rook- en warmtebeheersing – Deel 2: Specificatie voor natuurlijke rook- en warmteafvoerinstalaties
NEN-EN 12101-3:2002 Installaties voor rook- en warmtebeheersing – Deel 3: Specificaties voor mechanische rook- en warmteventilatoren
NEN-EN 12101-4:2003 2e Ontw. Installaties voor rook- en warmtebeheersing – Deel 4: Samenstelling van systemen voor rook- en warmtebeheersing
NEN-EN 12101-7:2004 Ontw. Installaties voor rook- en warmtebeheersing – Deel 7: Rookkanalen
NEN-EN 12101-8:2004 Ontw. Installaties voor rook- en warmtebeheersing – Deel 8: Specificaties voor rookregelkleppen
NEN-EN 12101-9:2004 Installaties voor rook- en warmteafvoer – Deel 9: Bedieningspanelen
NEN-EN 12101-10:2003 Installaties voor rook- en warmtebeheersing – Deel 10: Energievoorziening
NEN-EN 45011:1998 Algemene eisen voor instellingen die productcertificatie-systemen uitvoeren
J. Nieuwland