door Joachim Bolte op wo 23 mei, 2007 14:18
Zoals ik het lees gaat art. 7.2.1. van de NEN 6068 erover dat je een gevel moet modelleren, waarbij alles wat <5 min. WBDBO is sowieso als gevelopening beschouwd moet worden.
Alles wat >30 min brandwerend is, wordt niet als gevelopening beschouwd. (wat dus niet wil zeggen dat een WBDBO of WTB hoger dan 30 min. nutteloos is!)
Daarna komt een leuke. Alles wat tussen de 5 en 30 minuten zit, moet zowel als gevelopening als 'dicht' constructiedeel worden doorgerekend. Dat doet dus niemand, de meeste bureau's gaan uit van openingen en dichte delen...
De volgende stappen volgens de NEN zijn:
- maatgevende gastemperatuur berekenen
- vlammen modelleren uit gevelopeningen
- warmtestraling berekenen
- WBO bepalen (welke gelijk is aan de referentievuurbelasting waarbij de straling onder de 15 kW/m2 blijft, heeft dus niets met de brandwerendheid van de gevelopening te maken)
Ik betwijfel of degene over wie het gaat dit allemaal heeft gedaan. Zo niet, heeft hij geen berekening volgens de NEN uitgevoerd, maar zitten shoppen.
Wat hij met een berekening zou moeten aantonen is dat de straling aan de binnenkant van de andere gevel gedurende de gewenste tijd (60 min. dus) onder de 15 kW/m2 blijft. Dat heeft 'ie op dit moment onvoldoende gedaan. Laat hem zijn situatie maar eens invoeren in Brando2, Winfire of Pintegraal, met die uitkomsten kun je tenminste wat. (althans, die worden geacht volgens de NEN te zijn uitgevoerd)
Kijk ook goed of hij voldoet aan alle toepassingsvoorwaarden voor het gebruik van de NEN. 6.7 geeft bijvoorbeeld een leuke, wanneer de horizontale afstand tussen openingen in een hoek minder dan 5 meter wordt (of 3x het uitslaande vlamlichaam) mag je verwachten direct contact met de vlam te maken, en moet je ten miste een van de gevelopeningen brandwerend uitvoeren (zodat het eigenlijk geen opening meer is, in technische zin).