Bedankt voor de info, al had ik dat zelf ook kunnen weten

.
Nu een aanvullende vraag.
Het gaat om een bestaand kerkgebouw (geen monument), bouwjaar 50ger of 60ger jaren. Er zijn meer dan 1400 zitplaatsen.
De opstelling van de banken is nu dat er 5 rijen zijn met elk 280 zitplaatsen. Tussen de rijen zijn looppaden en aan de uiteinden van de rijen (altaar en achterzijde kerk) zijn looppaden. Aan de achterzijde kerk en aan de zijkanten van de buitenste rijen zijn voldoende vluchtdeuren.
Deze situatie voldoet nu niet aan de regelgevin (de opstelling van de banken) maar wordt gedoogd.
Nu is er het idee van de kerk om de voorste groep banken (voor het altaar) van die 5 rijen de opstelling van de banken aan te passen. De banken worden iets gedraaid richting het altaar. Tussen de bestaande banken en de te draaien banken komt een looppad en er blijven 5 rijen. hierdoor onstaat een extra looppad banuit het midden naar de buitenste rijen. Ook tussen het altaar en de voorste banken onstaat meer ruimte. Door deze opstelling kost het de kerk een aantal banken en dus zitplaatsen.
Dus ons inziens een verbetetering van de huidige situatie voor wat betreft het vluchten.
Nee, zegt de brandweer. Als je een nieuwe opstelling maakt dat moet die aan de nieuwe eisen voldoen.
In hoeverre is dat terrecht?
Als je een kerk in z'n geheel opnieuw gaat invetariseren begrijp ik dat. Als we banken gaan vervangen kraait er geen haan naar en blijft de situatie zoals die is.
In hoeverre kan de kerk zich beroepen op artikel 1.4 Gelijkwaardigheid van het Gebruiksbesluit?
Bvd Martijn