Jos Vroon schreef:s vreeman schreef:Hoezo mag Rotterdam in het kader van een gelijkwaardigheid geen overwogen afwijkingen van regelgeving eisen?
Rotterdam valt in het kadertje overheid en mag dus uitsluitend handelen op basis van wetgeving.
Ook het gelijkwaardigheidsbeginsel is bij wet geregeld.
Verwijzingen naar concept normen zijn in dat kader niet toegestaan omdat dergelijke concepten aan verandering onderhevig zijn en dus geen goede basis leveren voor op te stellen uitgangspunten.
Hoe lees jij dan de Woningwet en het Bouwbesluit, waar juist in de artikelen over toetsing en gelijkwaardigheid wordt gesproken over het 'aannemelijk maken', en 'gelijkwaardig aan...'? Hoe kun je iets wat niet aan de letter van de wet voldoet toetsen wanneer je geen ander beoordelingskader zou hebben dan die wet?
Ik denk dat je teveel vast hangt aan de prestatie-eis. Je gelijkwaardigheid is een afwijking daarvan, en moet ergens op gebaseerd zijn, maar dat hoeft niet per-se hetzelfde uitgangspunt als de prestatie-eis te hebben. Het gaat erom dat je een functionele eis reproduceert met een zelfbedachte oplossing, en die oplossing zodanig onderbouwt dat B&W ermee akkoord zijn. Al onderbouw je het met een sprookje van 1001 nacht, als je daarmee B&W over de streep kunt trekken heb je voldaan aan het gelijkwaardigheidsvereiste (hoe onveilig de situatie dan ook wordt)
Jos Vroon schreef:s vreeman schreef:Als Rotterdam goede overwegingen heeft, kan mij een gelijkwaardigheidsverzoek afwijzen en aangeven wat zij wel accepteren (bijvoorbeeld thermische puntmelders in een P-garage.
Een afwijzing op gelijkwaardigheid kan alleen plaatsvinden als aantoonbaar de geboden oplossing slechter is als wat de norm voorschrijft. Ander kom je terecht in het circuit "ik vindt" en dat is altijd een slechte basis voor willekeurig welk systeem.
Niet waar dus, omdat ook die norm onderdeel is van de PRESTATIE-eis waarvan je wilt afwijken. Je moet aantonen dat je aan de functionele eis blijft voldoen, juist ZONDER toepassing van die norm. En je blijft daarin een grote factor 'ik vind' of 'het lijkt mij' houden aan de kant van B&W. Vaak zie je dat ze (afhankelijk van het imago van het bureau) graag meeliften op de kennis van de ontwikkelaar in plaats van zelf een oplossing te toetsen, en dus ook niet al te veel vragen stellen bij toepassing van gelijkwaardigheid. Dat is link, want de verantwoordelijkheid van het toestaan van een gelijkwaardigheid ligt volledig bij B&W.
Over de status van normen in regelgeving is overigens ook nog wel het e.e.a. te zeggen. De wetgever zelf beroept zich erop dat de normen niet 'algemeen bindend' zijn, en slechts richtlijnen om tot een resultaat te komen. Dat zou dus inhouden dat je ook zonder norm tot een gebouw moet kunnen komen wat aan het bouwbesluit voldoet. Zie de site van Knooble voor meer info over dit onderwerp.
Jos Vroon schreef:s vreeman schreef:Afwijkingen in een Programma van Eisen tov de norm zijn acceptabel en kunnen m.i. wel gecertificeerd worden (maar daar is niet iedereen het mee eens....)
Afwijkingen op de Norm zijn alleen dan acceptabel als de geboden oplossing gelijkwaardig of beter is.
Oplossingen die in een Programma van Eisen worden aangegeven die een oplossing bieden die minder is als wat de norm minimaal voorschrijft zorgen voor een niet geldig Programma van Eisen, ondanks dat alle partijen getekend hebben. .
'geldig' voor wie, en waarom? B&W hebben het ding goedgekeurd, dus voor wat betreft invulling van de bouwvergunning is het ding net zo geldig als anders. Het hele verdere ontwerpproces en bouwproces van de installatie is gebaseerd op de uitgangspunten uit het PvE, dat wordt dus als 'waarheid' gezien. Bij certificering wordt er gekeken of je aan de uitgangspunten uit het PvE hebt voldaan. Ik zie in die hele schakel nergens een 'ongeldig' document terug.