door Joachim Bolte op wo 21 okt, 2009 9:47
De NEN geeft het op dit moment zo weer:
Figuur A.1 (mannetje met pijltje omlaag) - Aanduiding voor vluchtrichting rechtdoor of naar beneden
Figuur A.2 (mannetje met pijltje rechts) - Aanduiding voor richtingsverandering van de vluchtweg (naar rechts)
Figuur A.3 (mannetje met pijltje links) - Aanduiding voor richtingsverandering van de vluchtweg (naar links)
Figuur A.4 (mannetje met pijltje omhoog) - Aanduiding voor vluchtrichting naar boven
Figuur B.1(het 'NS-bordje') Alternatieve aanduiding van een uitgang die tevens kan worden gebruikt als nooduitgang die toegang geeft tot het aansluitend terrein; deze aanduiding mag worden vervangen door aanduiding A.1 (bijlage A)
Houdt hierbij in de gaten dat bijlage A normatief is, dus verplicht, en bijlage B informatief. Toepassing van dat NS-bordje staat dus voor discussie open.
Het 'NS-bordje' is bedoeld om uitgangen die geen onderdeel uitmaken van het 'officieele' nooduitgangstelsel toch als vluchtweg aan te kunnen geven. In het verleden werd dit echter vaak zo geinterpreteerd dat de bordjes gebruikt werden om de hoofdtoegangsroute aan te duiden in het gebouw, maar dat is dus geen goede toepassing. Deze bordjes mogen ook alleen bij toegangen worden gebruikt die rechtstreeks buiten uitkomen. Om jezelf het denkwerk te besparen raad ik de meeste mensen aan het bordje niet te gebruiken, en alleen maar met pijltjesborden te werken.
Je ziet ook dat bij 'vluchten rechtdoor' officieel alleen het 'pijltje omlaag' mag worden toegepast. Maar ik denk dat weinig brandpreventisten erover zullen vallen wanneer je 'pijltje omhoog' gebruikt.
Bij internationale ondernemingen of grote bedrijven zie je nog wel eens dat er zelf ontworpen picto's worden gebruikt (schiphol bijv.) of een systeem uit een ander land (veel amerikaanse hotelketens gebruiken het amerikaanse EXIT bordje). Dit is geen probleem, omdat die systemen gebaseerd zijn op de Europese richtlijn 92/58/EEG en de Arboregeling, en zijn toegelaten indien afwijkende tekens minstens zo goed worden herkend als 'normale' tekens. Om dat aan te tonen geldt NEN-ISO 9186. Het in deze norm beschreven onderzoek moet worden uitgevoerd binnen de context van de beoogde toepassing. De systematieken mogen niet door elkaar worden gebruikt.