Freddy X schreef:Omdat je bij een studentenhuis niet te maken hebt met meer dan één gebruiksfunctie.
Ligt er maar net aan hoe je dat huis vormgeeft. Onder 'gebruiksfunctie' wordt namelijk niet het algemene gebruik verstaan van een gebouwdeel, maar het gebruik per 'unit'. Vergelijk het met logiesgebouwen. Elke logieskamer is een afzonderlijke 'logiesfunctie', waaraan andere functies gekoppeld kunnen zijn (die daardoor 'gemeenschappelijk' worden). In een beetje studentenflat zul je een eigen afsluitbare kamer huren, met een eigen adressering, waar gelijktijdig ook een badruimte in zit. Het enige gemeenschappelijke is de grote keuken. In die situatie is elke verhuurbare unit een gebruiksfunctie, en moet elke unit dan ook sub-BC zijn. Zo ook de keuken, omdat dat een gemeenschappelijke voorziening is. (zie bijv. bouwbesluit art. 2.116, eerste paar leden).
In een studentenhuis zoals we dat in de binnenstad vaak zien, heb je het meer over wonen in een kleiner, meer gezinsmatig verband. IN dat geval kun je het gehele gebouw zien als woning, en heb je het verder niet over sub-compartimentering, totdat uiteraard dat gebouw weer wordt ingedeeld in afzonderlijk verhuurbare, meer op zichzelf staande units.
De grote afweging die je dus moet maken is of je het over een kleinschalige, gezinsmatige 'woning' hebt, of over een mega-woning of zelfs een logiesgebouw.
Je moet me overingens even aanwijzen waar je dat stukje van 'gezamenlijk' in plaats van '(niet-)gemeenschappelijk' vandaan haalt. Voor zover ik weet is 'gemeenschappelijk' de officieele term die overal in het Bouwbesluit gebruikt wordt.