door ajl op di 18 nov, 2008 16:38
In de aangehaalde uitspraken wordt geredeneerd dat een tent geen bouwwerk is in het kader van de Woningwet, aangezien de aanwezigheid van een tent gedurende niet meer dan in totaal eenendertig - al dan niet aaneengesloten - dagen per kalenderjaar geen blijvende planologische gevolgen heeft voor het desbetreffende gebied.
Conclusie is dat geen bouwvergunning aangevraagd hoeft te worden voor een dusdanig korte periode en dat het dus geen bouwwerk is.
Wat te zeggen van de volgende redenering:
In voormelde uitspraken is hét argument om iets al dan niet onder de definitie bouwwerk te scharen de planologische betekenis, waar pas sprake van is bij aanwezigheid gedurende een zekere periode. De al dan niet planologische gevolgen doen logischerwijs ter zake bij de vraag of iets al dan niet als bouwwerk moet worden bezien in de context van de woningwet.
Ratio van het Gebruiksbesluit is brandveilig gebruik van bouwwerken. Dit staat los van de discussie of iets al dan niet bouwvergunningsplichtig is. Doel: brandveilig gebruik om brokken te voorkomen. Is het om die reden mogelijk om de definitiebepaling los te koppelen van de al dan niet planologische betekenis (die pas aan de orde komt bij langere plaatsing van een bouwwerk).
Als de definitie ‘bouwwerk’ uit de Mbv immers sec wordt uitgelegd voldoet een tent aan alle daar genoemde criteria 1) elke constructie, 2) enige omvang 3) enig materiaal, 3) direct/ indirect met de grond verbonden, bedoeld om ter plaatse te functioneren (gedurende de beperkte periode, maar toch).
In dat geval is het gebruiksbesluit onverkort toe te passen op tenten...?