In artikel 24 staat aangegeven dat opslag van goederen in bepaalde delen van gebouwen, zoals rookvrije en brand en rookvrije vluchtroutes niet is toegestaan. Voor degene die wat minder diep in de materie zit: voor rookvrije en brand en rookvrije vluchtroutes gelden zwaardere voorwaarden ten aanzien van brandvoortplanting en rookproductie van constructieonderdelen.
Wat wil het geval, ik kom in panden die een rookvrije vluchtroute (dus echt fysiek) bezitten en ook brand en rookvrije vluchtroutes (eigenlijk altijd trappenhuizen). In deze routes staan soms boxen (kdv's), tafels, stoelen, jassen e.d. En dan wordt er gezegd die spullen zijn geen opslag. Het wordt gebruikt, het zit hem dus in de term wat is opslag en wat niet. Hoe hier mee om te gaan? Wie kan er iets zinnings over zeggen?
letterlijke weergave artikel 24 bouwverordening:
Artikel 24. Opslag van goederen in rookvrije vluchtroutes
De opslag van goederen is niet toegestaan in:
a. rookvrije vluchtroutes van slaapgebouwen (woonfunctie, logiesfunctie, celfunctie, gezondheidszorg-functie);
b. brand- en rookvrije vluchtroutes van niet-slaapgebouwen (bijeenkomstfunctie, industriefunctie, kantoor-functie, onderwijsfunctie, sportfunctie, winkelfunctie, overige gebruiksfunctie).
Toelichting bij artikel 24
In het Bouwbesluit worden eisen gesteld aan constructie-onderdelen ten aanzien van de beperking van de ontwikkeling van brand en de beperking van het ontstaan van rook. Met deze eisen dient voorkomen te worden dat een beginnende brand zich snel uitbreidt langs het oppervlak van een bouwwerk. Tevens dient voorkomen te worden dat als gevolg van een hevige rookontwikkeling het zicht voor vluchtende mensen beperkt wordt.
In ruimten waardoor gevlucht wordt, stelt het Bouwbesluit over het algemeen hogere eisen aan het materi-aalgedrag in relatie tot de ontwikkeling van brand en de beperking van het ontstaan van rook. In deze ruim-ten is de opslag van goederen daarom niet toegestaan. De opslag van bijvoorbeeld papier, stoelen, etc. heeft immers niet dezelfde kwaliteit als de bouwconstructies waarvoor die hogere eisen aan brandvoortplanting en rookdichtheid geldt.
De bedoelde vluchtroutes waarin opslag niet is toegestaan, zijn bijvoorbeeld gangen en trappenhuizen in gebouwen met woonfuncties, logiesfuncties en gezondheidszorgfuncties (slaapgebouwen) of de brand- en rookvrije vluchtroutes (meestal trappenhuizen) in gebouwen met een kantoorfunctie, onderwijsfunctie, bijeenkomstfunctie, winkelfunctie (niet-slaapgebouwen). Wanneer volgens het Bouwbesluit in de vlucht-route verhoogde eisen gelden aan de mate van brandvoortplanting en rookdichtheid (brandvoortplantings-klasse 3, 2 of 1 / T2 of T1 en/of rookdichtheid 5,4 of 2,2 m-1) is de opslag van goederen in deze ruimten niet toegestaan.


