5.4.2.3 van de NEN2654-1 vermeldt het volgende:
"c) van alle meldergroepen de uitschakelfuncties uitvoeren die bestemd zijn voor het buitenwerkingstellen van de meldergroepen om de schakelfuncties en de optische en akoestische indicaties op de goede werking te beproeven;
d) van alle meldergroepen de inschakelfuncties uitvoeren om ze te beproeven op de goede werking;...."
Kan iemand mij verklaren wat het nut hiervan is, of misschien beter gezegd, wat is de achterliggende gedachte bij deze controle?
J. Nieuwland




