De transmissieweg tussen component G (besturingsapparatuur voor automatische
brandbeveiligingsinstallaties) en H (automatische brandbeveiligingsinstallaties) moet, indien deze direct of
indirect een relatie heeft met compartimentering, ontruiming, ontvluchting en/of blussing van het
desbetreffende object, bewaakt zijn op sluiting en onderbreking en moet indien geëist functiebehoudend
(hoofdstuk 9) zijn.
De norm van de desbetreffende automatische brandbeveiligingsinstallatie, bijvoorbeeld NEN 2575 voor
ontruimingsalarminstallaties, NPR 6095-2 voor overdrukinstallaties en NPR 6095-1 voor RWA-installaties,
NEN-EN 12094-1 voor blusstuurinstallaties of NEN-EN 81-73 voor liften, geeft aan vanuit welke installatie de
bewaking van de transmissieweg moet plaatsvinden. Indien dit niet is vastgelegd moet de bewaking van de
transmissieweg vanuit de brandmeldinstallatie (component G) plaatsvinden.
OPMERKING Voorbeelden van installaties met een directe of indirecte relatie met compartimentering, ontvluchting
en/of blussing zijn ontruimingsalarminstallaties, (brand)pompen, rookbeheerssystemen en ontgrendeling van deuren.
Dat houdt dus in dat een sturing naar een GTV (t.b.v. de vastzetinrichting) ook bewaakt moet zijn. Voor zover ik weet is er geen norm van de vastzetinrichting die iets zegt over een lijnbewaking, dus moet de lijn vanuit de BMC (of output-unit) bewaakt zijn... Is hier zoiezo wel een norm die hier over gaat?
Maar hoe is dit te realiseren? Een GTV (in veel gebouwen toegepast) wil gewoon een gesloten contact aangeboden krijgen.. je kan die sturing dus nooit bewaken zoals in de bepaling omschreven staat.
In de 2535:1996 kan ik niet een vergelijkbare bepaling vinden.
Iemand ervaring of ideeèn hier over


