Twee jaar terug stelde ik deze vraag al eens aan adviesburo Van Overveld/ Nieman. Zie onderstaand het antwoord. Het woord is aan de eigena(a)r(en) hoe het gebouw moet worden aangemerkt, tenzij de Wet mileubeheer nog aanvullende eisen steld.
Huur (erfpacht) of eigendomsverhoudingen spelen geen rol met betrekking tot het voldoen aan de voorschriften van Bouwbesluit 2003.
Bij verhuur of verkoop van delen van een gebouw kan sprake zijn van de volgende 2 situaties:
1. Het gebouw blijft van één eigenaar en krijgt verschillende huurders, of
2. Het gebouw wordt verkocht aan verschillende eigenaars; het kadaster komt per eigenaar het betreffende deel van het gebouw inmeten.
Situatie 1
In situatie 1 blijft er sprake van één gebouw op één perceel. Bij de beoordeling van bijvoorbeeld de voorschriften inzake brandveiligheid speelt geen rol of na oplevering in het gebouw verschillende units voor verschillende gebruikers (huurders) worden gerealiseerd. De scheidingsconstructies tussen de units behoeven niet per definitie brandwerende te zijn (wel indien de scheiding tussen de units samenvalt met de indeling in brandcompartimenten van maximaal 1.000 m²).
Situatie 2
Ook in situatie 2 is er in de zin van Bouwbesluit 2003 sprake van één gebouw op één perceel. Door het feit dat de aanvrager van de bouwvergunning het verzamelgebouw als één gebouw op één perceel aanmerkt, kunnen de verschillende eigenaren het gebouw, na de kadastrale splitsing, voor Bouwbesluit 2003 als één gebouw blijven aanmerken. De Kadasterwet is geen grondslag voor Bouwbesluit 2003.
Omdat de verleende bouwvergunning na het voltooien van de bouw expireert, mogen de eigenaren het verzamelgebouw ook aanmerken als verschillende gebouwen die zijn gelegen op verschillende percelen. Dit kan echter alleen als het gebouw in die situatie voldoet aan de voorschriften van bestaande bouw. Elk als afzonderlijk perceel aangemerkt deel van het oorspronkelijke gebouw moet dan een brandcompartiment zijn.
Voor de volledigheid merken wij op dat bij de vestiging van verschillende bedrijven in één pand in de zin van de Wet milieubeheer sprake is van verschillende inrichtingen. Iedere inrichting moet voldoen aan de eisen die gelden op grond van deze Wet. Dit kunnen ook eisen zijn die betrekking hebben op brandcompartimentering.
Ook merken wij op dat als het feitelijke gebruik afwijkt van hetgeen bij de aanvraag van de bouwvergunning is aangegeven, dit kan leiden tot een strijdigheid met de voorschriften van bestaande bouw van Bouwbesluit 2003 en met een weigering van de gebruiksvergunning. Zie in dit verband ook de VROM-brochure ‘Vluchten bij brand, Handreiking voor gebruiksvergunningen’. Deze brochure kan gratis worden aangevraagd of gedownload via http://www.vrom.nl.
Groet, JC



