Engeltje schreef:Emiel van Rossum schreef:Alle beweegbare constructiedelen moeten zelfsluitend zijn. De wand moet zelf ook 30 zijn, alsmede de dragende constructie van die wand.
Emiel toch?!
Alle beweegbare constructiedelen in een INWENDIGE SCHEIDING waarvoor een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag of WRD geldt moeten brandwerend zijn. Over de uitwendige scheidingsconstructie (USC) wordt niet gerept in het bouwbesluit.
Let er nog wel even op dat je dichter dan 2 mtr. bij de erfgrens in de buurt komt, en dat de voorzieningen in die gevel volgens het bouwbesluit niet in de berekeningen voor bijv. ventilatie en daglicht meegenomen mogen worden.
Ik weet even niet uit mijn hoofd of het Burgerlijk Wetboek ook in deze gevallen geldt, maar wanneer dit zo is mag je zonder toestemming van de buren geen te openen doorzichtige delen binnen die 2 mtr. grens hebben.
Zoals Emiel al aangaf zijn er ook vanuit de wet milieubeheer nog een aantal zaken waaraan je moet voldoen. Het kan zijn dat deze op punten strenger zijn dan de bouwregelgeving, onderzoek dit tijdens het bouwaanvraagproces anders loop je hier te laat tegenaan.
Artikel 5:50
1. Tenzij de eigenaar van het naburige erf daartoe toestemming heeft gegeven, is het niet
geoorloofd binnen twee meter van de grenslijn van dit erf vensters of andere muuropeningen,
dan wel balkons of soortgelijke werken te hebben, voor zover deze op dit erf uitzicht geven.
2. De nabuur kan zich niet verzetten tegen de aanwezigheid van zodanige openingen of
werken, indien zijn erf een openbare weg of een openbaar water is, indien zich tussen de
erven openbare wegen of openbare wateren bevinden of indien het uitzicht niet verder reikt
dan tot een binnen twee meter van de opening of het werk zich bevindende muur. Uit dezen
hoofde geoorloofde openingen of werken blijven geoorloofd, ook nadat de erven hun
openbare bestemming hebben verloren of de muur is gesloopt.
3. De in dit artikel bedoelde afstand wordt gemeten rechthoekig uit de buitenkant van de muur
daar, waar de opening is gemaakt, of uit de buitenste naar het naburige erf gekeerde rand van
het vooruitspringende werk tot aan de grenslijn der erven of de muur.
4. Wanneer de nabuur als gevolg van verjaring geen wegneming van een opening of werk
meer kan vorderen, is hij verplicht binnen een afstand van twee meter daarvan geen gebouwen
of werken aan te brengen die de eigenaar van het andere erf onredelijk zouden hinderen,
behoudens voor zover zulk een gebouw of werk zich daar reeds op het tijdstip van de
voltooiing van de verjaring bevond.
5. Ter zake van een volgens dit artikel ongeoorloofde toestand is slechts vergoeding
verschuldigd van schade, ontstaan na het tijdstip waartegen opheffing van die toestand is
aangemaand.
Artikel 5:51
In muren, staande binnen de in het vorige artikel aangegeven afstand, mogen steeds
lichtopeningen worden gemaakt, mits zij van vaststaande en ondoorzichtige vensters worden
voorzien.