@Sam,
Prima, maar leg jij me dan eens uit wat de bedoeling van de wetgever hiermee was? En waarom die bedoeling dan niet zou gelden voor alle onderdelen van art. 1 lid 3, zoals bijvoorbeeld de oppervlaktebepaling en de term 'hoofddraagconstructie'?
Het warenwetbesluit liften geeft in art. 4b een verbodsbepaling tot het verhandelen en toepassen van liften die niet voldoen aan de veiligheids- en gezondheidseisen. Daarna, vanaf art. 5, wordt er opgesomd welke eisen dat zijn, en wordt er gesteld dat er een productiecertificaat aanwezig moet zijn (CE-aanduiding) om het spul binnen de EU te mogen verhandelen. Het belangrijkste toetsingskader is de Richtlijn Liften, ofwel de 95/16/EG, die Europees is vastgesteld. Die laatste is dus het 'verbindende internationale voorschrift' waarover art. 120 van de Ww het heeft.
Wanneer je dus weet dat een lift een brandweerlift dient te zijn, zou je daar tijdens de toetsing al op kunnen letten, of je zou een voorwaarde op kunnen nemen dat de brandweerlift die wordt toegepast in ieder geval CE moet zijn gemarkeerd, en bij oplevering moet zijn gecertificeerd als brandweerlift.
Daarnaast is het eigenlijk een loze discussie, want wanneer je bij de grotere liftfabrikanten een 'brandweerlift' bestelt, gaan zij wel van de NEN-EN 81-72 uit als richtlijn voor het ontwerp. zie bijvorobeeld
hier.