situatie:
-nieuwbouw zusterflat. 3 verdiepingen. Stel je een flatgebouw voor.
Elke verdieping is 1 brandcompartiment. Elke kamer voor de zuster is een subbrandcompartiment.
De kamers liggen aan de gevels, in het midden van het gebouw bevind zich de centrale gang. Links en rechts aan de gang bevinden zich de kamers. De kamers bestaan uit 1 verblijfsruimte. Aan de kopse einden van de gangen de vluchtrappenhuizen, in het midden het centrale trappenhuis. Het gebouw wordt getoetst als woonfunctie > 500m2
vraag: moet de gemeenschappelijke gang worden voorzien van rookmelders.
BB 2.146 Lid 6.
De loopafstand tussen de toegang van een niet-gemeenschappelijke verblijfsruimte en ten minste een toegang van het brandcompartiment of het subbrandcompartiment waarin die ruimte ligt, is ten hoogste 15 m.
Dus de loopafstand in een kamer tot de toegang van die kamer = toegang van het subbrandcompartiment, is ten hoogte 15 meter.
BB 2.146 Lid 7.
Een toegang als bedoeld in het zesde lid, van een niet-gemeenschappelijke verblijfsruimte, is een toegang van een brandcompartiment of een subbrandcompartiment, of ter plaatse van die toegang begint een route naar de toegang van een brandcompartiment of een subbrandcompartiment. Een besloten ruimte op die route heeft een niet-ioniserende rookmelder die is aangesloten op een voorziening voor elektriciteit en die voldoet aan de primaire inrichtingseisen en de primaire producteisen volgens NEN 2555.
De toegang als bedoelt in het zesde lid, (= de toegang van de kamer, = de toegang van het subbrandcompartiment). OF TER PLAATSE VAN DIE TOEGANG BEGINT EEN ROUTE NAAR DE TOEGANG VAN EEN BRANDCOMPARTIMENt OF SUBBRANDCOMPARTIMENT. Een besloten ruimte op DIE ROUTE! (DUS DE ROUTE ZOALS HIERVOOR OMSCHREVEN) moet worden voorzien van een ioniserende rookmelder. Aangezien de deur reeds de toegang tot het subbrandcompartiment is, is er m.i. geen sprake van een route, en dus zijn rookmelders ook niet verplicht.
kLOPT MIJN REDENERING? OF BEN IK TE KORT DOOR DE BOCHT?

