Beste edwin,
Ik snap je reactie, maar volgens mij heb je hier en daar wat over het hoofd gezien in het Bouwbesluit.
Wanneer je de ketels zodanig gaat projecteren zullen deze buiten de schil, van de besloten ruimte waardoor een van brand en rook gevrijwaarde vluchtroute (het vluchttrappenhuis van de appartementen) voert, moeten vallen. Ten eerste omdat de ketels niet zullen voldoen aan de materiaaleisen welke worden gesteld voor een brand- en rookvrije vluchtroute t.a.v. rookontwikkeling en brandvoortplantingsklasse en ten tweede wanneer de ketels bij elkaar opgeteld een nominaal vermogen zullen bezitten van meer dan 130 kW (NB) of 160 kW (BB).
Artikel 2.92 binnenoppervlak
Een
constructie-onderdeel heeft aan een zijde die niet grenst aan de buitenlucht, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan de klasse die voor die zijde is aangegeven in tabel 2.91.
Artikel 2.126 algemeen
Lid 1.
Een
constructie-onderdeel heeft aan een zijde die grenst aan de binnenlucht, een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 10 m-1.
Lid 2.
Indien een
constructie-onderdeel aan een zijde die grenst aan de binnenlucht in een besloten ruimte waardoor een rookvrije vluchtroute voert, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting heeft die voldoet aan klasse 2, maar niet aan klasse 1, heeft dat constructie-onderdeel aan die zijde, in afwijking van het eerste lid, een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 2,2 m-1.
Lid 3.
Indien een
constructie-onderdeel aan een zijde die grenst aan de binnenlucht in een besloten ruimte waardoor een rookvrije vluchtroute voert, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting heeft die voldoet aan klasse 1, heeft dat constructie-onderdeel aan die zijde, in afwijking van het eerste lid, een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m-1.
Lid 4.
Indien een
constructie-onderdeel aan een zijde die grenst aan de binnenlucht in een besloten ruimte waardoor een brand- en rookvrije vluchtroute voert, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting heeft die voldoet aan klasse 2, maar niet aan klasse 1, heeft dat constructie-onderdeel aan die zijde, in afwijking van het eerste lid, een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 2,2 m-1.
Lid 5.
Indien een
constructie-onderdeel aan een zijde die grenst aan de binnenlucht in een besloten ruimte waardoor een brand- en rookvrije vluchtroute voert, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting heeft die voldoet aan klasse 1, heeft dat constructie-onderdeel aan die zijde, in afwijking van het eerste lid, een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m-1.
Artikel 1.1
Lid 1.
bouwconstructie: onderdeel van een bouwwerk dat bestemd is om belasting te dragen
CV-toestellen dragen geen belastingen en bestaan daarnaast hoofdzakelijk uit metalen onderdelen; ofwel je eerste argument waarom het niet zou kunnen snijdt geen hout
Artikel 2.104 ligging
Lid 1.
Een besloten ruimte ligt in een brandcompartiment. Dit geldt niet voor een toiletruimte, een badruimte, een
meterruimte en
een opstelplaats voor een verbrandingstoestel niet gelegen in een stookruimte als bedoeld in artikel 4.88, vierde en vijfde lid, en een liftschacht die wat betreft de klasse van de brandvoortplanting en de mate van rookproductie voldoet aan de eisen van een brand- en rookvrije vluchtroute.
Voor de verwarming van 3 appartementen is zelden meer dan 130 kW noodzakelijk, elke verdieping is conform NEN 2580 een afzonderlijke ruimte, ook al bevindt zich geen fysieke scheidingsconstructie tussen beide ruimten (binnen hetzelfde trappenhuis). vanwege plaatsing in de meterkast bevinden de ketels zich overigens zo wie zo al niet in dezelfde ruimte.
Concreet houdt dit in dat deze situatie is toegestaan mits je de alle HR ketels bij elkaar in een afzonderlijk brandcompartiment plaatst. De bouwkundige constructie, wanden, deuren en daarbij alle doorvoeringen zullen in dit geval een WBDBO van ten minst 60 minuten moeten bezitten. Eventuele ventilatieopeningen zullen ook moeten worden voorzien van bijvoorbeeld bij brandopschuimende ventilatieroosters, mijn advies zou zijn om te kiezen voor een gesloten systeem HR ketels. De ketels worden dan feitelijk boven elkaar in een bouwkundige schacht met inspectieluik (deur) geprojecteerd met een WBDBO van 60 minuten.
Op basis van genoemde artikelen kom ik tot de volgende conclusie:
Als door de gemeenschapplijke hal waarin de meterkasten zich bevinden een brand - en rookvrije vluchtroute voert, hoeft alleen de WBDBO van de subbrandcompartimenten (appartementen) naar de hal te worden gerespecteerd, en gelden onderling tussen de meterkasten geen eisen, deze liggen immers gezamenlijk buiten enig brandcompartiment. Vreemd genoeg worden de eisen strenger als er een rookvrije vluchtroute door de hal voert, dan liggen de hallen in brandcompartimenten en liggen er wellicht ook brandcompartimentsscheidingen in de vloeren.
De bouwkundige constructie en de doorvoeringen naar de appartementen van warmtapwater en cv water zullen tevens moeten worden voorzien van een brandwerend afdichtingsysteem, welke door een gecertificeerd applicateur dient te worden aangebracht.
Indien in dit geval geen bouwvergunning noodzakelijk is kan van een WBDO van 60 minuten worden afgeweken mits het gaat om een bestaand bouwwerk van voor 2003, in dat geval kan worden volstaan met een WBDBO van ten minste 20 minuten maar wordt geadviseerd om het tussenniveau aan te houden van 30 minuten, conform beleid bestaande bouwwerken van de desbetreffende Gemeente.
Ook in geval wel een bouwvergunning is vereist,
mag de gemeente ontheffing verlenen op de wbdbo tot het niveau bestaande bouw. Daarnaast zijn ook nog de artikelen 2.106 lid 4 en 2.118 lid 4 van toepassing, waardoor 60 min nooit aan de orde is.
Mocht je nog vragen hebben dan hoor ik het graag.
Met vriendelijke groeten
Edwin de Bruijn